ORDEMAATREGEL - GLASBEZOEK
De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat uit de klachten van klager duidelijk blijkt dat hij enkel de ordemaatregel van 17/03/2026 met betrekking tot het glasbezoek betwist, en niet de tuchtbeslissing zelf. De klachtencommissie beperkt zich bij de beoordeling van de zaak dan ook tot deze ordemaatregel.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het RAD duidelijk blijkt dat beambten meteen na het bezoek van klager met zijn partner in het bezoekerslokaal een sterke, verdachte geur hebben waargenomen. Kort daarop werd klager gefouilleerd op het lichaam, waarbij een usb-stick en snus werden aangetroffen, hetgeen beide verboden is in de gevangenis. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie wel degelijk op basis van deze vaststellingen kon besluiten dat klager en zijn bezoeker de bezoekregeling niet hebben nageleefd. Klager werd immers meteen na het bezoek onderworpen aan een fouillering op het lichaam, waarbij werd vastgesteld dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen en substanties in zijn sokken en ondergoed, hetgeen hij bij had tijdens het bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie hieruit kon afleiden dat de partner van klager, minstens klager zelf, de bezoekregeling niet hebben nageleefd door deze verboden zaken mee te nemen naar het bezoek. Bovendien blijkt uit het RAD dat de verdachte geur werd vastgesteld meteen na het bezoek van klager aan het bezoekerslokaal. De stelling van klager dat de geur dan ook al eerder zou moeten zijn opgemerkt, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. In tegenstelling tot wat klager in zijn klachten beweert, zijn er wel voldoende objectieve vaststellingen en werd de ordemaatregel voldoende gemotiveerd.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de motivering van de ordemaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 60, ยง 3 van de Basiswet. De ordemaatregel is wettig. Gelet op de feiten is de ordemaatregel ook niet onredelijk of onbillijk.
De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat uit de klachten van klager duidelijk blijkt dat hij enkel de ordemaatregel van 17/03/2026 met betrekking tot het glasbezoek betwist, en niet de tuchtbeslissing zelf. De klachtencommissie beperkt zich bij de beoordeling van de zaak dan ook tot deze ordemaatregel.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het RAD duidelijk blijkt dat beambten meteen na het bezoek van klager met zijn partner in het bezoekerslokaal een sterke, verdachte geur hebben waargenomen. Kort daarop werd klager gefouilleerd op het lichaam, waarbij een usb-stick en snus werden aangetroffen, hetgeen beide verboden is in de gevangenis. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie wel degelijk op basis van deze vaststellingen kon besluiten dat klager en zijn bezoeker de bezoekregeling niet hebben nageleefd. Klager werd immers meteen na het bezoek onderworpen aan een fouillering op het lichaam, waarbij werd vastgesteld dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen en substanties in zijn sokken en ondergoed, hetgeen hij bij had tijdens het bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie hieruit kon afleiden dat de partner van klager, minstens klager zelf, de bezoekregeling niet hebben nageleefd door deze verboden zaken mee te nemen naar het bezoek. Bovendien blijkt uit het RAD dat de verdachte geur werd vastgesteld meteen na het bezoek van klager aan het bezoekerslokaal. De stelling van klager dat de geur dan ook al eerder zou moeten zijn opgemerkt, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan. In tegenstelling tot wat klager in zijn klachten beweert, zijn er wel voldoende objectieve vaststellingen en werd de ordemaatregel voldoende gemotiveerd.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de motivering van de ordemaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 60, ยง 3 van de Basiswet. De ordemaatregel is wettig. Gelet op de feiten is de ordemaatregel ook niet onredelijk of onbillijk.