Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0101

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Klager en zijn advocaat wierpen ter tuchtzitting een aantal elementen op die volgens hen niet klopten in het RAD. In de klacht stelt klager dan ook dat de beambten door de directie bevraagd gingen worden ‘omwille van zaken die verkeerd werden weergegeven in het RAD’ maar dat er geen enkel spoor van terug te vinden is dat dit daadwerkelijk gebeurd is. De klachtencommissie stelt op basis van het verslag van de tuchtzitting vast dat dit weliswaar een vraag was van de advocaat (samen met het bekijken van de camerabeelden), maar dat de directie dit niet als zodanig heeft toegezegd. Ze heeft enkel gezegd ‘dat ze het nodige ging doen om te bekijken waar de waarheid ligt’. De directie besloot achteraf dat het RAD voldoende duidelijk was en motiveerde in de tuchtbeslissing ook waarom ze toch geloof hecht aan de weergave van de gebeurtenissen zoals opgenomen in het RAD. Ze verwijst met name naar het gegeven dat het RAD werd bevestigd door meerdere beambten (met name twee getuigen). De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten op basis hiervan bewezen achtte en meent niet dat de directie de beambten nog eens extra had moeten bevragen over de inhoud van het RAD.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 7 dagen ATV effectief en 5 dagen ATV voorwaardelijk gedurende twee maanden. De klachtencommissie besluit dat deze sanctie wettelijk en redelijk is.

De klacht is ongegrond.