Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0107

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

-Wat betreft de eerste tuchtbeslissing:

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarmee hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en 'het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien vermeldt het RAD drie getuigen, die elk het document hebben ondertekend. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd, waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting erkent klager de gebruikte bewoordingen en bedreigingen, maar ontkent hij dat deze tegen de cipier waren gericht, hetgeen geen afbreuk doet aan de ernst van de feiten.

De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 15 dagen ATV. Bij samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken worden deze bestraft als één inbreuk, die behoort tot dezelfde categorie als de zwaarste inbreuk. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.

De klachtencommissie is van oordeel dat de opgelegde sanctie voor de bedreigingen, beledigingen en het verstoren van de rust niet onredelijk of onbillijk was.

De klacht is ongegrond.

-Wat betreft de tweede tuchtbeslissing:

Klager dient klacht in tegen een tweede tuchtbeslissing, waarmee hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor 'de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee' en ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien vermeldt het RAD twee getuigen, die allebei het document hebben ondertekend. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd, waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf hij eerst toe dat hij die uitspraken had gedaan, maar later ontkende hij dat opnieuw. Daardoor is zijn uiteindelijke versie niet geloofwaardig.

De klachtencommissie besluit hieruit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 15 dagen ATV. Bij samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken worden deze bestraft als één inbreuk, die behoort tot dezelfde categorie als de zwaarste inbreuk. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV.

Uit de stukken blijkt dat klager deze tuchtrechtelijke inbreuken heeft gepleegd, terwijl hij nog onder ATV zat voor een eerdere tuchtsanctie.

Artikel 142 van de Basiswet bepaalt hierover het volgende:

‘Indien, tijdens zijn periode van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, de gedetineerde een nieuwe tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, kan deze afzondering verlengd worden, op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. De afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen enkel de dertig dagen overschrijden in geval van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan de afzondering vijfenveertig dagen overschrijden.’.

Een verlenging van de ATV wanneer er geen sprake is van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon, is bijgevolg enkel mogelijk in zoverre de totale periode van 30 dagen niet wordt overschreden.

De klachtencommissie merkt op dat klager door de nieuwe tuchtbeslissing in totaal 30 dagen onder ATV zou zitten.

De tuchtsanctie van 24 april 2026 was dus wettig.

De klachtencommissie is van oordeel dat de opgelegde sanctie ook niet onredelijk of onbillijk is, gelet op het feit dat klager personeelsleden heeft uitgescholden. Bovendien stond klager reeds onder ATV wegens gelijkaardige inbreuken.

De klacht is ongegrond.