KC09/22-0072
Ongegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
CELMUTATIE
De beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), is minstens steeds een beslissing namens de directie of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen.
Wanneer de klachten over (over)plaatsing in een bepaalde cel te maken hebben met de overbevolkings- en grondslaperproblematiek, is de klachtencommissie van oordeel dat de zorgplicht van de directie van toepassing is.
De klacht van klager over het gegeven dat klager in de gevangenis van Gent een maand op de grond moest slapen in cel 916 en daarna in cel 523 met in het totaal 3 personen op een 2-persoonscel werd geplaatst, is dan ook ontvankelijk.
Klager stelt dat hij in cel 916 in het totaal (zichzelf meegeteld) met 2 personen in de cel verbleef. Dit betekent dat, ook na aftrek van het sanitair gedeelte, elke gedetineerde over meer dan 3m² beschikte. Er is dus geen vermoeden dat het verblijf in cel 916 in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling. De klachtencommissie kan ook uit de andere omstandigheden die klager beschrijft geen schending van artikel 3 EVRM afleiden. Klager beschikte over meer dan 3m² en kon 3 uur per dag uit zijn cel. De klacht over het verblijf in cel 916 is ongegrond.
In cel 523 zat klager met in het totaal 3 personen. Volgens klager zelf was de cel 12 m², dus groter dan de standaard-cel in de gevangenis van Gent. Ook hier beschikte elke gedetineerde dus over meer dan 3 m². Klager stelt bovendien ook zelf dat de plaatsing in cel 523 slechts voor een zeer korte periode was. Daarnaast werd klager naar deze cel overgeplaatst zodat hij niet meer samen met rokers op cel diende te verblijven. In die omstandigheden was de plaatsing in cel 523 dan ook niet onwettig, noch onredelijk. De klacht is ongegrond.
De beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), is minstens steeds een beslissing namens de directie of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen.
Wanneer de klachten over (over)plaatsing in een bepaalde cel te maken hebben met de overbevolkings- en grondslaperproblematiek, is de klachtencommissie van oordeel dat de zorgplicht van de directie van toepassing is.
De klacht van klager over het gegeven dat klager in de gevangenis van Gent een maand op de grond moest slapen in cel 916 en daarna in cel 523 met in het totaal 3 personen op een 2-persoonscel werd geplaatst, is dan ook ontvankelijk.
Klager stelt dat hij in cel 916 in het totaal (zichzelf meegeteld) met 2 personen in de cel verbleef. Dit betekent dat, ook na aftrek van het sanitair gedeelte, elke gedetineerde over meer dan 3m² beschikte. Er is dus geen vermoeden dat het verblijf in cel 916 in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling. De klachtencommissie kan ook uit de andere omstandigheden die klager beschrijft geen schending van artikel 3 EVRM afleiden. Klager beschikte over meer dan 3m² en kon 3 uur per dag uit zijn cel. De klacht over het verblijf in cel 916 is ongegrond.
In cel 523 zat klager met in het totaal 3 personen. Volgens klager zelf was de cel 12 m², dus groter dan de standaard-cel in de gevangenis van Gent. Ook hier beschikte elke gedetineerde dus over meer dan 3 m². Klager stelt bovendien ook zelf dat de plaatsing in cel 523 slechts voor een zeer korte periode was. Daarnaast werd klager naar deze cel overgeplaatst zodat hij niet meer samen met rokers op cel diende te verblijven. In die omstandigheden was de plaatsing in cel 523 dan ook niet onwettig, noch onredelijk. De klacht is ongegrond.