KC09/22-0078
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ORDEMAATREGEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie, op basis van het inslikken van een vermoedelijk verboden substantie in het centrum, terecht besloot dat de interne veiligheid door klager in gevaar werd gebracht en dat een veiligheidsmaatregel gerechtvaardigd was. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
Klager werd gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Klager weigerde zijn mond te openen tijdens de fouille en slikte iets in. De tuchtrechtelijke inbreuken zijn bewezen. De tuchtbeslissing is omstandig gemotiveerd. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie over voldoende individuele aanwijzingen beschikte om het glasbezoek tijdelijk te weigeren op basis van het feit dat klager na het bezoek iets in zijn mond had maar dit niet wou afgeven en inslikte. Klager ontnam zich door deze handeling zelf elke mogelijkheid om te bewijzen dat het voorwerp geen drugs of andere verboden substantie was.
De schriftelijke beslissing bevat echter een fout in die zin dat vermeld wordt dat klager “drugs” verborg in zijn mond en dat de vriendin “drugs” binnenbracht. De directie geeft zelf toe dat deze bewoordingen inderdaad een materiële fout betreffen.
Gezien niet bewezen is dat hetgeen klager na het bezoek in zijn mond had effectief drugs was, is de motivering van de ordemaatregel niet correct en dient deze te worden rechtgezet.
De klacht over de ordemaatregel is daarom ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit dat het woord “drugs” in de ordemaatregel vervangen wordt door het woord “iets”.
De klacht over het grondslapen is niet-ontvankelijk. Klager verduidelijkt niet of dit een gevolg is van de bestreden tuchtbeslissing of de uitvoering van de tuchtsanctie en geeft hier geen verdere informatie over. Klager verwijst niet naar een specifieke beslissing van de directie van een specifieke datum. Het is de klachtencommissie niet volledig duidelijk of en waarom klager hierover klacht indient. De klachtencommissie heeft klager de mogelijkheid geboden dit aspect van zijn klacht verder te verduidelijken tijdens de hoorzitting, maar klager heeft hier geen gebruik van gemaakt.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie, op basis van het inslikken van een vermoedelijk verboden substantie in het centrum, terecht besloot dat de interne veiligheid door klager in gevaar werd gebracht en dat een veiligheidsmaatregel gerechtvaardigd was. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.
Klager werd gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Klager weigerde zijn mond te openen tijdens de fouille en slikte iets in. De tuchtrechtelijke inbreuken zijn bewezen. De tuchtbeslissing is omstandig gemotiveerd. De klacht is ongegrond.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie over voldoende individuele aanwijzingen beschikte om het glasbezoek tijdelijk te weigeren op basis van het feit dat klager na het bezoek iets in zijn mond had maar dit niet wou afgeven en inslikte. Klager ontnam zich door deze handeling zelf elke mogelijkheid om te bewijzen dat het voorwerp geen drugs of andere verboden substantie was.
De schriftelijke beslissing bevat echter een fout in die zin dat vermeld wordt dat klager “drugs” verborg in zijn mond en dat de vriendin “drugs” binnenbracht. De directie geeft zelf toe dat deze bewoordingen inderdaad een materiële fout betreffen.
Gezien niet bewezen is dat hetgeen klager na het bezoek in zijn mond had effectief drugs was, is de motivering van de ordemaatregel niet correct en dient deze te worden rechtgezet.
De klacht over de ordemaatregel is daarom ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit dat het woord “drugs” in de ordemaatregel vervangen wordt door het woord “iets”.
De klacht over het grondslapen is niet-ontvankelijk. Klager verduidelijkt niet of dit een gevolg is van de bestreden tuchtbeslissing of de uitvoering van de tuchtsanctie en geeft hier geen verdere informatie over. Klager verwijst niet naar een specifieke beslissing van de directie van een specifieke datum. Het is de klachtencommissie niet volledig duidelijk of en waarom klager hierover klacht indient. De klachtencommissie heeft klager de mogelijkheid geboden dit aspect van zijn klacht verder te verduidelijken tijdens de hoorzitting, maar klager heeft hier geen gebruik van gemaakt.