KC09/23-0053
Ongegrond
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
CELMUTATIE - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) en hetgeen klager en zijn advocate verklaarden tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager niet dat hij de bevelen van het personeel negeerde en inderdaad weigerde te verhuizen.
Uit het tuchtdossier blijkt niet dat klager argumenten heeft opgeworpen die twijfel deden ontstaan over de waarachtigheid van het RAD. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het RAD. Ook volgens de klachtencommissie blijkt uit het RAD duidelijk dat klager weigerde van cel te verhuizen. Klager kreeg een tuchtsanctie van 7 dagen ATV. Deze tuchtsanctie is niet onwettig. Gelet op het gegeven dat de directie voor de door klager gepleegde tuchtinbreuk een maximumsanctie van 15 dagen ATV kon opleggen en gelet er sprake was van recidive, acht de klachtencommissie de sanctie ook niet onredelijk.
De klacht is ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De voorlopige maatregelen mogen niet worden genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing. In voorliggende zaak besloot de directie dat klager bij wijze van voorlopige maatregel diende afgezonderd te worden in de toegewezen verblijfsruimte. De directeur nam deze beslissing op basis van het feit dat klager weigerde te muteren, ondanks dit gevraagd werd door de directie. De klachtencommissie heeft tijdens haar hoorzitting aan de directie gevraagd waarom en in welke mate het weigeren te muteren als “een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” dan wel als “het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar brengen” beschouwd wordt.
De directeur die ter zitting aanwezig was gaf aan dat hij het weigeren te muteren eerder als een gevaar voor de orde of de veiligheid beschouwde.
De klachtencommissie stelt vast dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel ten aanzien van klager niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
De klacht is gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de beslissing van 20 maart 2023 waarbij aan klager een voorlopige maatregel werd opgelegd.
Klager is het niet eens met de beslissing tot celmutatie van 20 maart 2023 omdat ze niet werd gemotiveerd, ook niet naar aanleiding van de e-mail van de advocate van 20 maart 2023. De beslissing is hierdoor volgens klager in strijd met artikel 8, §1 van de Basiswet.
Artikel 8, §1 van de Basiswet bepaalt inderdaad dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, met redenen moeten zijn omkleed. Het artikel vereist niet dat elke beslissing die door de directeur wordt genomen schriftelijk wordt gemotiveerd. Behalve in de gevallen waarin de Basiswet expliciet een schriftelijke motivering voorschrijft, kan de motivering dus ook mondeling gebeuren. De directie is in principe vrij om te kiezen op welke cel en afdeling zij een bepaalde gedetineerde plaatst. Dit neemt niet weg dat een gedetineerde het recht heeft om te vragen waarom een bepaalde beslissing ten aanzien van hem werd genomen. In het kader van het beklagrecht heeft de gedetineerde het recht om een schriftelijke mededeling te vragen van de beslissing waarover hij klacht wenst in te dienen. In dat geval dient hem uiterlijk 24 uur nadat hij daartoe het verzoek gedaan heeft, een schriftelijke mededeling van de gevraagde beslissing te worden bezorgd.
Het dossier bevat naar het oordeel van de klachtencommissie geen enkele vraag aan de directie tot het motiveren van de beslissing van 20 maart 2023. De klachtencommissie acht het niet onwettig, noch onredelijk dat de directie niet bij elke beslissing tot (over)plaatsing in een bepaalde cel of op een bepaalde afdeling ambtshalve en vooraf aan elke individuele gedetineerde de reden hiervoor opgeeft.
De klacht is ongegrond.
Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) en hetgeen klager en zijn advocate verklaarden tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager niet dat hij de bevelen van het personeel negeerde en inderdaad weigerde te verhuizen.
Uit het tuchtdossier blijkt niet dat klager argumenten heeft opgeworpen die twijfel deden ontstaan over de waarachtigheid van het RAD. De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het RAD. Ook volgens de klachtencommissie blijkt uit het RAD duidelijk dat klager weigerde van cel te verhuizen. Klager kreeg een tuchtsanctie van 7 dagen ATV. Deze tuchtsanctie is niet onwettig. Gelet op het gegeven dat de directie voor de door klager gepleegde tuchtinbreuk een maximumsanctie van 15 dagen ATV kon opleggen en gelet er sprake was van recidive, acht de klachtencommissie de sanctie ook niet onredelijk.
De klacht is ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De voorlopige maatregelen mogen niet worden genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing. In voorliggende zaak besloot de directie dat klager bij wijze van voorlopige maatregel diende afgezonderd te worden in de toegewezen verblijfsruimte. De directeur nam deze beslissing op basis van het feit dat klager weigerde te muteren, ondanks dit gevraagd werd door de directie. De klachtencommissie heeft tijdens haar hoorzitting aan de directie gevraagd waarom en in welke mate het weigeren te muteren als “een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” dan wel als “het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar brengen” beschouwd wordt.
De directeur die ter zitting aanwezig was gaf aan dat hij het weigeren te muteren eerder als een gevaar voor de orde of de veiligheid beschouwde.
De klachtencommissie stelt vast dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel ten aanzien van klager niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
De klacht is gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de beslissing van 20 maart 2023 waarbij aan klager een voorlopige maatregel werd opgelegd.
Klager is het niet eens met de beslissing tot celmutatie van 20 maart 2023 omdat ze niet werd gemotiveerd, ook niet naar aanleiding van de e-mail van de advocate van 20 maart 2023. De beslissing is hierdoor volgens klager in strijd met artikel 8, §1 van de Basiswet.
Artikel 8, §1 van de Basiswet bepaalt inderdaad dat alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, met redenen moeten zijn omkleed. Het artikel vereist niet dat elke beslissing die door de directeur wordt genomen schriftelijk wordt gemotiveerd. Behalve in de gevallen waarin de Basiswet expliciet een schriftelijke motivering voorschrijft, kan de motivering dus ook mondeling gebeuren. De directie is in principe vrij om te kiezen op welke cel en afdeling zij een bepaalde gedetineerde plaatst. Dit neemt niet weg dat een gedetineerde het recht heeft om te vragen waarom een bepaalde beslissing ten aanzien van hem werd genomen. In het kader van het beklagrecht heeft de gedetineerde het recht om een schriftelijke mededeling te vragen van de beslissing waarover hij klacht wenst in te dienen. In dat geval dient hem uiterlijk 24 uur nadat hij daartoe het verzoek gedaan heeft, een schriftelijke mededeling van de gevraagde beslissing te worden bezorgd.
Het dossier bevat naar het oordeel van de klachtencommissie geen enkele vraag aan de directie tot het motiveren van de beslissing van 20 maart 2023. De klachtencommissie acht het niet onwettig, noch onredelijk dat de directie niet bij elke beslissing tot (over)plaatsing in een bepaalde cel of op een bepaalde afdeling ambtshalve en vooraf aan elke individuele gedetineerde de reden hiervoor opgeeft.
De klacht is ongegrond.