KC09/23-0099
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - MOTIVERING - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
Volgens klager is er een gebrek aan beslissing van de directie tot interne mutatie. Klager toont niet aan dat hij de directie inlichtte en dat er inderdaad sprake is van een gebrek aan beslissing. Uit het verweer van de directie blijkt dat men onmiddellijk gevolg heeft gegeven aan de bezorgdheden van klager wanneer zij hiervan (via de advocaat van klager) op de hoogte werd gebracht. Er was op datum van de klacht geen beslissing van de directie en ook geen verzuim van de directie om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager werd schuldig bevonden aan de tuchtinbreuk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Tijdens een celcontrole op cel van de klager werden de volgende voorwerpen gevonden: een plamuurmes, doorgeeflint en medicatie. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager enkel aan dat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van het plamuurmes. De advocaat vroeg of ook de andere celgenoten ondervraagd konden worden. Klager stelde niets te maken hebben met het doorgeeflint. De medicatie zou van een vorige celgenoot zijn.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat klager voor de aanwezigheid van alle gevonden voorwerpen gesanctioneerd wordt. Op geen enkele manier komt in de tuchtbeslissing of uit het tuchtdossier naar voren waarop directie zich baseerde om te oordelen dat deze voorwerpen aan klager toebehoorden. De directie ontkent nochtans niet dat de voorwerpen werden gevonden in een meerpersoonscel. De directie bewijst niet of en in welke mate klager het huishoudelijk reglement heeft overtreden en zich schuldig maakte aan de tuchtrechtelijke inbreuk. De klacht is daarom gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op deze uit het tuchtregister van klager te wissen.
Volgens klager is er een gebrek aan beslissing van de directie tot interne mutatie. Klager toont niet aan dat hij de directie inlichtte en dat er inderdaad sprake is van een gebrek aan beslissing. Uit het verweer van de directie blijkt dat men onmiddellijk gevolg heeft gegeven aan de bezorgdheden van klager wanneer zij hiervan (via de advocaat van klager) op de hoogte werd gebracht. Er was op datum van de klacht geen beslissing van de directie en ook geen verzuim van de directie om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager werd schuldig bevonden aan de tuchtinbreuk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Tijdens een celcontrole op cel van de klager werden de volgende voorwerpen gevonden: een plamuurmes, doorgeeflint en medicatie. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager enkel aan dat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van het plamuurmes. De advocaat vroeg of ook de andere celgenoten ondervraagd konden worden. Klager stelde niets te maken hebben met het doorgeeflint. De medicatie zou van een vorige celgenoot zijn.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat klager voor de aanwezigheid van alle gevonden voorwerpen gesanctioneerd wordt. Op geen enkele manier komt in de tuchtbeslissing of uit het tuchtdossier naar voren waarop directie zich baseerde om te oordelen dat deze voorwerpen aan klager toebehoorden. De directie ontkent nochtans niet dat de voorwerpen werden gevonden in een meerpersoonscel. De directie bewijst niet of en in welke mate klager het huishoudelijk reglement heeft overtreden en zich schuldig maakte aan de tuchtrechtelijke inbreuk. De klacht is daarom gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op deze uit het tuchtregister van klager te wissen.