KC09/23-0129
Ongegrond
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
CELMUTATIE - OVERBEVOLKING - GRONDSLAPER - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht over de plaatsing van een vijfde persoon in de cel van klager is ontvankelijk, maar ongegrond.
De beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), is minstens steeds een beslissing namens de directie is of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen. De klacht is ontvankelijk.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is er een sterk vermoeden dat de opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3 m² per gedetineerde in een meerpersoonscel. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie is duidelijk geworden dat de totale oppervlakte van de cel waarin klager verblijft, 18m² bedraagt. Wanneer men met 5 personen in deze cel verblijft komt dit neer op 3,6m² per persoon. Er is dus geen vermoeden dat het verblijf in de cel in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling. De klachtencommissie kan ook uit de andere omstandigheden die klager beschrijft geen schending van artikel 3 EVRM afleiden. Zowel klager als de 3 andere reeds
aanwezige celgenoten werkten. De beslissing om een 5e persoon te plaatsen in de cel waarin klager reeds met 4 personen verbleef, was niet onwettig en, gelet op de omstandigheden van overbevolking en het feit dat met zo veel mogelijk factoren rekening werd gehouden, niet onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht over de voorlopige maatregel is ontvankelijk en gegrond.
Klager werd enerzijds afgezonderd in de toegewezen verblijfsruimte zonder dat gemotiveerd werd waarom dit als “een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” beschouwd werd. Anderzijds, indien de directeur van mening was dat het weigeren te muteren een gevaar voor de orde of de veiligheid inhield, dan behoorde de afzondering in de toegewezen verblijfsruimte niet tot de mogelijkheden.
De klacht over de tuchtbeslissing is ontvankelijk, maar ongegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat het RAD duidelijk vermeldt dat klager een inkomende “weigerde”. Daarnaast kan de klachtencommissie de directie bijtreden dat, wanneer een gedetineerde na een gesprek van een uur nog steeds niet toelaat dat een persoon op cel wordt geplaatst, er sprake is van een weigering.
De directie kwalificeerde de feiten naar het oordeel van de klachtencommissie terecht als de tuchtinbreuk “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” (inbreuk van de tweede categorie). De gegeven sanctie van 5 dagen ATV (met inbegrip van de reeds ondergane voorlopige maatregel) is niet onwettig voor dergelijke tuchtrechtelijke inbreuk.
Klager vindt het echter onterecht dat hij een tuchtsanctie krijgt aangezien het onmenselijk is dat er een vijfde persoon werd geplaatst op de quattrocel waarin hij reeds met vier personen verbleef. De klachtencommissie ontkent niet dat een beslissing die tot gevolg heeft dat de voor een gedetineerde beschikbare persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel wordt ingeperkt, in bepaalde gevallen onwettig kan zijn. Klager kon, op het moment dat hem werd meegedeeld dat een vijfde persoon bij hem en zijn celgenoten zou worden geplaatst, onmogelijk reeds oordelen dat de situatie hoe dan ook onwettig zou worden.
Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een vijfde persoon toe te laten op de tweepersoonscel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel.
De klacht over de plaatsing van een vijfde persoon in de cel van klager is ontvankelijk, maar ongegrond.
De beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), is minstens steeds een beslissing namens de directie is of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen. De klacht is ontvankelijk.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is er een sterk vermoeden dat de opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3 m² per gedetineerde in een meerpersoonscel. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie is duidelijk geworden dat de totale oppervlakte van de cel waarin klager verblijft, 18m² bedraagt. Wanneer men met 5 personen in deze cel verblijft komt dit neer op 3,6m² per persoon. Er is dus geen vermoeden dat het verblijf in de cel in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling. De klachtencommissie kan ook uit de andere omstandigheden die klager beschrijft geen schending van artikel 3 EVRM afleiden. Zowel klager als de 3 andere reeds
aanwezige celgenoten werkten. De beslissing om een 5e persoon te plaatsen in de cel waarin klager reeds met 4 personen verbleef, was niet onwettig en, gelet op de omstandigheden van overbevolking en het feit dat met zo veel mogelijk factoren rekening werd gehouden, niet onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht over de voorlopige maatregel is ontvankelijk en gegrond.
Klager werd enerzijds afgezonderd in de toegewezen verblijfsruimte zonder dat gemotiveerd werd waarom dit als “een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” beschouwd werd. Anderzijds, indien de directeur van mening was dat het weigeren te muteren een gevaar voor de orde of de veiligheid inhield, dan behoorde de afzondering in de toegewezen verblijfsruimte niet tot de mogelijkheden.
De klacht over de tuchtbeslissing is ontvankelijk, maar ongegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat het RAD duidelijk vermeldt dat klager een inkomende “weigerde”. Daarnaast kan de klachtencommissie de directie bijtreden dat, wanneer een gedetineerde na een gesprek van een uur nog steeds niet toelaat dat een persoon op cel wordt geplaatst, er sprake is van een weigering.
De directie kwalificeerde de feiten naar het oordeel van de klachtencommissie terecht als de tuchtinbreuk “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” (inbreuk van de tweede categorie). De gegeven sanctie van 5 dagen ATV (met inbegrip van de reeds ondergane voorlopige maatregel) is niet onwettig voor dergelijke tuchtrechtelijke inbreuk.
Klager vindt het echter onterecht dat hij een tuchtsanctie krijgt aangezien het onmenselijk is dat er een vijfde persoon werd geplaatst op de quattrocel waarin hij reeds met vier personen verbleef. De klachtencommissie ontkent niet dat een beslissing die tot gevolg heeft dat de voor een gedetineerde beschikbare persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel wordt ingeperkt, in bepaalde gevallen onwettig kan zijn. Klager kon, op het moment dat hem werd meegedeeld dat een vijfde persoon bij hem en zijn celgenoten zou worden geplaatst, onmogelijk reeds oordelen dat de situatie hoe dan ook onwettig zou worden.
Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een vijfde persoon toe te laten op de tweepersoonscel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel.