TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - KWALIFICATIE INBREUK
Klager werd gesanctioneerd voor het bezit van een gsm en omdat hij weigerde instructies van het personeel op te volgen. Klager betwist noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, noch in zijn klacht dat hij een mutatie weigerde. De tuchtinbreuk van het niet opvolgen van bevelen van het personeel is dus bewezen. Dezelfde dag werd door 2 andere beambten nog een RAD ten aanzien van klager opgesteld na het aantreffen van een gsm in het bezit van klager. Zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht betwist klager dat de GSM van hem is. De directie confronteerde klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting onder andere met het feit dat de gsm in de bakken van klager gevonden werd. Samen met de directie is de klachtencommissie van oordeel dat klager geen aannemelijke verklaring kon geven voor de vondst van de gsm tussen zijn eigen spullen. De directie kon, met de gegevens die haar werden voorgelegd, de feiten als bewezen beschouwen en het bezit van de gsm dan ook aan klager toeschrijven.
De directeur vinkte bovenaan de tuchtbeslissing verkeerdelijk de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” aan.
Zoals de directie in haar verweer zelf aangeeft, slaat deze inbreuk op het bezit van voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. Het bezit van een gsm is in de vrije samenleving wél toegelaten en kan dus niet gekwalificeerd worden als deze inbreuk van de eerste categorie. Het bezit van de gsm diende gekwalificeerd worden als de inbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.”
De tuchtbeslissing vermeldt dus een foutieve tuchtinbreuk. Klager kon op basis van de feiten niet schuldig worden bevonden aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klacht is daarom gegrond.
De klachtencommissie bepaalt dat haar uitspraak in de plaats komt van de bestreden
tuchtbeslissing. Concreet betekent dit het volgende: De tuchtbeslissing waarbij een tuchtsanctie van 30 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel) van 29 juli 2023 t.e.m. 29 augustus 2023 wordt opgelegd wegens de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” wordt vervangen door een tuchtbeslissing waarbij een tuchtsanctie van 30 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel) van 29 juli 2023 t.e.m. 29 augustus 2023 wordt opgelegd wegens de tuchtinbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.
Klager werd gesanctioneerd voor het bezit van een gsm en omdat hij weigerde instructies van het personeel op te volgen. Klager betwist noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, noch in zijn klacht dat hij een mutatie weigerde. De tuchtinbreuk van het niet opvolgen van bevelen van het personeel is dus bewezen. Dezelfde dag werd door 2 andere beambten nog een RAD ten aanzien van klager opgesteld na het aantreffen van een gsm in het bezit van klager. Zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht betwist klager dat de GSM van hem is. De directie confronteerde klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting onder andere met het feit dat de gsm in de bakken van klager gevonden werd. Samen met de directie is de klachtencommissie van oordeel dat klager geen aannemelijke verklaring kon geven voor de vondst van de gsm tussen zijn eigen spullen. De directie kon, met de gegevens die haar werden voorgelegd, de feiten als bewezen beschouwen en het bezit van de gsm dan ook aan klager toeschrijven.
De directeur vinkte bovenaan de tuchtbeslissing verkeerdelijk de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” aan.
Zoals de directie in haar verweer zelf aangeeft, slaat deze inbreuk op het bezit van voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. Het bezit van een gsm is in de vrije samenleving wél toegelaten en kan dus niet gekwalificeerd worden als deze inbreuk van de eerste categorie. Het bezit van de gsm diende gekwalificeerd worden als de inbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.”
De tuchtbeslissing vermeldt dus een foutieve tuchtinbreuk. Klager kon op basis van de feiten niet schuldig worden bevonden aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klacht is daarom gegrond.
De klachtencommissie bepaalt dat haar uitspraak in de plaats komt van de bestreden
tuchtbeslissing. Concreet betekent dit het volgende: De tuchtbeslissing waarbij een tuchtsanctie van 30 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel) van 29 juli 2023 t.e.m. 29 augustus 2023 wordt opgelegd wegens de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” wordt vervangen door een tuchtbeslissing waarbij een tuchtsanctie van 30 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel) van 29 juli 2023 t.e.m. 29 augustus 2023 wordt opgelegd wegens de tuchtinbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”.