FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - MOTIVERING
Een gedetineerde kan worden onderworpen aan een fouillering op het lichaam wanneer de directeur van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Bij een fouillering op het lichaam wordt dus vereist dat in de motivering van dergelijke beslissingen duidelijk wordt gemaakt waarom er individuele aanwijzingen zijn dat 1) de gedetineerde in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én 2) waarom een fouillering van de kledij in de specifieke situatie van de betrokken gedetineerde niet volstaat. Dit werd ook reeds bevestigd door zowel de Franstalige als Nederlandstalige beroepscommissie.
De directie motiveert echter niet waarom een onderzoek van de kledij in deze situatie niet volstond. De beslissing voldoet dus niet aan de motiveringsplicht, waardoor de klacht over deze beslissing gegrond is.
Met betrekking tot de uitvoering van de fouillering op het lichaam wijst de klachtencommissie tot slot op het feit dat deze in principe moet plaatsvinden in een gesloten ruimte bij afwezigheid van andere gedetineerden. De directie ontkende niet dat klager tijdens de fouille mogelijks (door beambten en andere gedetineerden) kon gezien worden vanuit het centrum.
De klachtencommissie beveelt de directie dan ook aan om er in de toekomst over te waken dat buitenstaanders geen inkijk hebben op de fouilleruimte. De directeur die ter zitting aanwezig was gaf reeds aan naar aanleiding van de melding van klager te zullen bekijken welke verbeteringen er op dit vlak getroffen konden worden.
Een gedetineerde kan worden onderworpen aan een fouillering op het lichaam wanneer de directeur van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Bij een fouillering op het lichaam wordt dus vereist dat in de motivering van dergelijke beslissingen duidelijk wordt gemaakt waarom er individuele aanwijzingen zijn dat 1) de gedetineerde in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én 2) waarom een fouillering van de kledij in de specifieke situatie van de betrokken gedetineerde niet volstaat. Dit werd ook reeds bevestigd door zowel de Franstalige als Nederlandstalige beroepscommissie.
De directie motiveert echter niet waarom een onderzoek van de kledij in deze situatie niet volstond. De beslissing voldoet dus niet aan de motiveringsplicht, waardoor de klacht over deze beslissing gegrond is.
Met betrekking tot de uitvoering van de fouillering op het lichaam wijst de klachtencommissie tot slot op het feit dat deze in principe moet plaatsvinden in een gesloten ruimte bij afwezigheid van andere gedetineerden. De directie ontkende niet dat klager tijdens de fouille mogelijks (door beambten en andere gedetineerden) kon gezien worden vanuit het centrum.
De klachtencommissie beveelt de directie dan ook aan om er in de toekomst over te waken dat buitenstaanders geen inkijk hebben op de fouilleruimte. De directeur die ter zitting aanwezig was gaf reeds aan naar aanleiding van de melding van klager te zullen bekijken welke verbeteringen er op dit vlak getroffen konden worden.