KC09/23-0201
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - GEÏNTERNEERDE - MEDISCH - CELMUTATIE - OVERBEVOLKING
1) De klacht over zaken die door het parket en het gerecht beslist werden en het stilzitten van de PSD in het kader van de internering van klager, is niet-ontvankelijk.
Deze klacht gaat niet over een beslissing door of namens de gevangenisdirecteur, noch over een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur had moeten genomen worden of die de de gevangenisdirecteur überhaupt had kunnen nemen.
2) De klacht over de gebrekkige gezondheidszorg in de gevangenis van Gent, is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich in het algemeen over het gegeven dat een door de dokter voorgeschreven mondspoeling niet helpt en dat hij op een wachtlijst voor de kinesist staat, zonder deze zaken in verband te brengen met een beslissing van de directeur of een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.
3) De beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), is minstens steeds een beslissing namens de directie is of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen. De klacht van klager, over de beslissing die genomen werd in de gevangenis van Gent om hem als tweede persoon in een “eenpersoonscel” te plaatsen, is dan ook ontvankelijk.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is er een sterk vermoeden dat de opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3 m² per gedetineerde in een meerpersoonscel. De oppervlakte van een cel in de gevangenis van Gent bedraagt 9 m². Indien men met 2 personen in deze cel verblijft komt dit neer op 4,5m² per persoon. Er is dus geen vermoeden dat het verblijf in de cel in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling.
Naast het plaatsgebrek voert klager in zijn schriftelijke klacht als reden voor de neerlegging van de klacht aan dat hij rugproblemen heeft en dat er geuroverlast op de cel is. Tijdens de hoorzitting stelt klager echter zelf dat de directie onmiddellijk een extra matras gaf naar aanleiding van de melding van klager dat zijn matras slecht was voor zijn rug, alsook dat het geurprobleem ondertussen werd verholpen doordat de beerput werd geledigd.
Tijdens de hoorzitting is duidelijk geworden dat klager in de cel een bed heeft en dat er op het moment dat ze met 2 in de cel verbleven niemand op de grond moest slapen.
De beslissing om klager als tweede persoon in de cel te plaatsen was niet onwettig en gelet op de omstandigheden van overbevolking niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.
1) De klacht over zaken die door het parket en het gerecht beslist werden en het stilzitten van de PSD in het kader van de internering van klager, is niet-ontvankelijk.
Deze klacht gaat niet over een beslissing door of namens de gevangenisdirecteur, noch over een beslissing die door of namens de gevangenisdirecteur had moeten genomen worden of die de de gevangenisdirecteur überhaupt had kunnen nemen.
2) De klacht over de gebrekkige gezondheidszorg in de gevangenis van Gent, is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich in het algemeen over het gegeven dat een door de dokter voorgeschreven mondspoeling niet helpt en dat hij op een wachtlijst voor de kinesist staat, zonder deze zaken in verband te brengen met een beslissing van de directeur of een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.
3) De beslissing tot (over)plaatsing van een gedetineerde in een bepaalde cel, ook al zou deze beslissing in bepaalde gevallen formeel uitbesteed worden aan andere diensten binnen de gevangenis (zoals het BAD), is minstens steeds een beslissing namens de directie is of toch een beslissing die (mee) door de directie zou moeten worden genomen. De klacht van klager, over de beslissing die genomen werd in de gevangenis van Gent om hem als tweede persoon in een “eenpersoonscel” te plaatsen, is dan ook ontvankelijk.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is er een sterk vermoeden dat de opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3 m² per gedetineerde in een meerpersoonscel. De oppervlakte van een cel in de gevangenis van Gent bedraagt 9 m². Indien men met 2 personen in deze cel verblijft komt dit neer op 4,5m² per persoon. Er is dus geen vermoeden dat het verblijf in de cel in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling.
Naast het plaatsgebrek voert klager in zijn schriftelijke klacht als reden voor de neerlegging van de klacht aan dat hij rugproblemen heeft en dat er geuroverlast op de cel is. Tijdens de hoorzitting stelt klager echter zelf dat de directie onmiddellijk een extra matras gaf naar aanleiding van de melding van klager dat zijn matras slecht was voor zijn rug, alsook dat het geurprobleem ondertussen werd verholpen doordat de beerput werd geledigd.
Tijdens de hoorzitting is duidelijk geworden dat klager in de cel een bed heeft en dat er op het moment dat ze met 2 in de cel verbleven niemand op de grond moest slapen.
De beslissing om klager als tweede persoon in de cel te plaatsen was niet onwettig en gelet op de omstandigheden van overbevolking niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.