KC09/23-0212
Ongegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
CELCONTROLE - PERSONEEL
De klacht gaat het over het gegeven dat klager in de gevangenis op één maand tijd 4 celcontroles kreeg.
De directie betwist niet dat klager inderdaad op één maand tijd 4 celcontroles kreeg en dat de beambten opdracht kregen om deze celcontroles uit te voeren, maar stelt in haar verweer dat volgens haar geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet voorhanden is.
De klachtencommissie volgt de recente rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie dat, wanneer het bewakingspersoneel overeenkomstig die richtlijnen van het inrichtingshoofd de verblijfsruimte van een gedetineerde doorzoekt, het bewakingspersoneel dit doet namens de directie en dat celcontroles met andere woorden beslissingen betreffen die namens de directie ten aanzien van de gedetineerde worden genomen. Uit het hierboven geciteerde artikel van de Basiswet blijkt immers duidelijk dat het de directie is die de eindverantwoordelijkheid voor de celcontroles draagt. Zodoende kan tegen een beslissing tot celcontrole wel degelijk klacht worden ingediend bij de klachtencommissie. De klacht is naar voorwerp ontvankelijk.
In dit geval is het onduidelijk wanneer de beslissing(en) werd(en) genomen. De directie heeft de richtlijnen van het inrichtingshoofd omtrent de celcontroles niet overgemaakt, waardoor de klachtencommissie niet kan nagaan of en wanneer klager schriftelijk in kennis gesteld werd van de beslissingen. De twijfel hierover wordt in het voordeel van klager uitgelegd. De klacht is ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het aantal celcontroles (4) die op een periode van één maand tijd plaatsvonden. Klager gaat bovendien niet akkoord met de celcontroles omdat hiervoor geen reden was. Er werd tijdens de celcontroles volgens klager tot slot niets gevonden.
De klachtencommissie wijst erop dat in de Basiswet wordt bepaald dat een celcontrole ‘geregeld’ kan plaatsvinden om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels. Een meer specifieke reden kan bestaan, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Klager maakt met de melding dat er 4 keer per maand, of dus gemiddeld één keer per week, een celcontrole plaatsvond niet aannemelijk dat zijn cel meer dan ‘geregeld’ zou worden gecontroleerd. De klacht is ongegrond.
De klacht gaat het over het gegeven dat klager in de gevangenis op één maand tijd 4 celcontroles kreeg.
De directie betwist niet dat klager inderdaad op één maand tijd 4 celcontroles kreeg en dat de beambten opdracht kregen om deze celcontroles uit te voeren, maar stelt in haar verweer dat volgens haar geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet voorhanden is.
De klachtencommissie volgt de recente rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie dat, wanneer het bewakingspersoneel overeenkomstig die richtlijnen van het inrichtingshoofd de verblijfsruimte van een gedetineerde doorzoekt, het bewakingspersoneel dit doet namens de directie en dat celcontroles met andere woorden beslissingen betreffen die namens de directie ten aanzien van de gedetineerde worden genomen. Uit het hierboven geciteerde artikel van de Basiswet blijkt immers duidelijk dat het de directie is die de eindverantwoordelijkheid voor de celcontroles draagt. Zodoende kan tegen een beslissing tot celcontrole wel degelijk klacht worden ingediend bij de klachtencommissie. De klacht is naar voorwerp ontvankelijk.
In dit geval is het onduidelijk wanneer de beslissing(en) werd(en) genomen. De directie heeft de richtlijnen van het inrichtingshoofd omtrent de celcontroles niet overgemaakt, waardoor de klachtencommissie niet kan nagaan of en wanneer klager schriftelijk in kennis gesteld werd van de beslissingen. De twijfel hierover wordt in het voordeel van klager uitgelegd. De klacht is ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het aantal celcontroles (4) die op een periode van één maand tijd plaatsvonden. Klager gaat bovendien niet akkoord met de celcontroles omdat hiervoor geen reden was. Er werd tijdens de celcontroles volgens klager tot slot niets gevonden.
De klachtencommissie wijst erop dat in de Basiswet wordt bepaald dat een celcontrole ‘geregeld’ kan plaatsvinden om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels. Een meer specifieke reden kan bestaan, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Klager maakt met de melding dat er 4 keer per maand, of dus gemiddeld één keer per week, een celcontrole plaatsvond niet aannemelijk dat zijn cel meer dan ‘geregeld’ zou worden gecontroleerd. De klacht is ongegrond.