Ga verder naar de inhoud

KC09/23-0218

Ongegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan tuchtinbreuken van de eerste categorie, namelijk de opzettelijke aantasting van de fysieke en psychische integriteit van personen, of de
bedreiging daarmee, alsook aan een tuchtinbreuk van de tweede categorie “het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort”.
De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager en op basis van hetgeen klager en zijn advocaat verklaarden tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting.

Het RAD beschrijft precies de situatie, de handelingen die klager heeft gesteld en de bewoordingen die klager heeft gebruikt. Naast de beambte die het RAD opstelde, waren er 2 andere beambten
getuige van de feiten. Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen.
Tijdens de tuchtzitting stelt de advocaat enerzijds dat klager de feiten betwist; anderzijds wordt toegegeven dat hij zei dat hij niet ging helpen met het laken weg te halen en dat dit geëscaleerd
is. Klager maakt niet aannemelijk dat hij de woorden zoals omschreven in het RAD niet heeft gebruikt noch haalt hij andere elementen aan die gerede twijfel over het RAD doen ontstaan.
De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het rapport aan de directeur en de tuchtinbreuken als bewezen beschouwen. De tuchtbeslissing is niet onwettig.
De directie kan voor een inbreuk van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg een voorwaardelijke sanctie van 7 dagen ATV. De tuchtsanctie is dus ook
niet onredelijk. De klacht is ongegrond.