KC09/24-0103
Ongegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De directie oordeelde dat er een gevaar voor de orde of veiligheid was. Dit oordeel werd, volgens de motivering van de schriftelijke beslissing tot toepassing van de BVM, gevormd op basis van volgende elementen: een eerdere opsluiting naar aanleiding van een gijzeling van een begeleidster van het FPC en het vervaardigen van een wapen uit een lepeltje voor de koffie en het ‘ijzertje’ van zijn aansteker.
Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM is uitgebreid gemotiveerd. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd.
Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf.
Klager werd gedurende een periode van 7 dagen uitgesloten van gemeenschappelijke activiteiten en werd ondergebracht in een beveiligde cel behalve wanneer zijn toestand een verblijf in een gewone cel mogelijk maakte. Daarnaast werden hem vuur en scherpe voorwerpen ontnomen. Het is duidelijk waarom de gekozen maatregelen de bedreiging konden verhelpen, met name zodat de directie klager kon observeren en teneinde te vermijden dat klager (opnieuw) wapens zou proberen maken. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk.
De klacht is ongegrond.
De directie oordeelde dat er een gevaar voor de orde of veiligheid was. Dit oordeel werd, volgens de motivering van de schriftelijke beslissing tot toepassing van de BVM, gevormd op basis van volgende elementen: een eerdere opsluiting naar aanleiding van een gijzeling van een begeleidster van het FPC en het vervaardigen van een wapen uit een lepeltje voor de koffie en het ‘ijzertje’ van zijn aansteker.
Op basis van deze aanwijzingen kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM is uitgebreid gemotiveerd. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd.
Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf.
Klager werd gedurende een periode van 7 dagen uitgesloten van gemeenschappelijke activiteiten en werd ondergebracht in een beveiligde cel behalve wanneer zijn toestand een verblijf in een gewone cel mogelijk maakte. Daarnaast werden hem vuur en scherpe voorwerpen ontnomen. Het is duidelijk waarom de gekozen maatregelen de bedreiging konden verhelpen, met name zodat de directie klager kon observeren en teneinde te vermijden dat klager (opnieuw) wapens zou proberen maken. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk.
De klacht is ongegrond.