KC09/24-0130
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEÏNTERNEERDE - BEVEILIGDE CEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - HYGIËNE - VOEDING - KANTINE
De klachten gaan over volgende zaken die zich voordeden tijdens het verblijf van klager in een beveiligde cel:
1) het niet bij zich mogen houden van een tandenborstel, tandpasta en een balpen;
2) geluidsoverlast, het hoger zetten van de verwarming en de lichten feller laten branden;
3) het bedelen van andere maaltijden dan deze op de gewone secties;
4) niet overhandigen van officiële documenten die op hem betrekking hebben;
5) de schending van zijn recht om via de kantine aankopen te mogen doen.
Klachten 1 t.e.m. 3 zijn niet-ontvankelijk:
Klager stelt dat hij tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel geen tandpasta, tandenborstel en balpen bij zich mocht hebben. Gelet het IBVR inhield dat klager in een beveiligde cel werd geplaatst zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kon zijn, is het mogelijk dat hij om die reden inderdaad deze voorwerpen niet bij zich mocht houden. Volgens de directie kon klager wel beschikken over een balpen. De klachtencommissie ziet geen reden om hier aan te twijfelen. Zij stelt vast dat klager tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel ook inderdaad heel wat klachten heeft kunnen schrijven. Er is dus geen reden om aan te nemen dat de directie een beslissing heeft genomen om hem geen balpen ter beschikking te stellen. Klager maakt niet duidelijk of hij klacht indient tegen het niet voortdurend bij zich mogen houden van een tandenborstel of tandpasta, dan wel het niet kunnen gebruik maken van een tandenborstel of tandpasta. Klager had de mogelijkheid zijn klacht te verduidelijken tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie, maar heeft deze mogelijkheid aan zich laten voorbijgaan. De klachtencommissie kan uit de klacht dan ook geen beslissing van de directie, noch een verzuim van de directie afleiden.
Waar klager stelt dat de maaltijden in de beveiligde cel anders zouden zijn dan de maaltijden op de “gewone” secties, stelt de directeur dat deze dezelfde zijn. De klachtencommissie ziet opnieuw geen reden om hier aan te twijfelen. De klachtencommissie kan geen beslissing van de directie ontwaren waarop de klacht betrekking heeft. Tot slot wordt ook de klacht over geluidoverlast, het hoger zetten van de verwarming en de lichten feller laten branden, niet in verband gebracht met een beslissing door of namens de directeur. Klager verwijst naar medische stagestudenten. Klachten 1 t.e.m. 3 zijn daarom niet-ontvankelijk.
Klacht 4 is ontvankelijk, maar ongegrond:
De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De directeur-generaal liet in haar beslissing de keuze van de cel waarin klager diende te verblijven tijdens het IBVR, aan de lokale gevangenisdirectie over. De lokale directie van de gevangenis van Gent kreeg in het kader van het IBVR dus niet alleen een
beslissingsbevoegdheid van DG EPI, zij nam ook in de praktijk wel degelijk een beslissing om klager in een beveiligde cel te verplaatsen. Ook de uitvoering van deze plaatsing is volgens de klachtencommissie beklagwaardig, gelet op de zorgplicht van de directie, de specifieke zaken waarop de directie volgens de Basiswet tijdens dergelijk verblijf moet toezien en de verwijzing in het IBVR dat deze plaatsing ook gepaard gaat met een beoordeling van het gedrag en de psychische toestand van klager. Deze klacht van klager heeft met andere woorden betrekking op een beslissing van de directie van de gevangenis van Gent die ten aanzien van hem werd genomen en werd daarnaast ook op de juiste manier ingediend en gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.
De directie betwist niet dat klager inderdaad geen documenten bij zich mocht hebben in de beveiligde cel. Dit is volgens de directie om veiligheidsredenen. De beslissingen kunnen wel worden voorgelezen door een beambte of aan het raam worden gelegd zodat de gedetineerde ze kan lezen. De gedetineerde wordt in ieder geval op de hoogte gebracht dat er een nieuw document voor hem is. Na het verblijf in de beveiligde cel kan de gedetineerde deze documenten wel bij zich houden. Deze maatregel is volgens de klachtencommissie niet onwettig of onredelijk, zeker gelet de directie handelde in het kader van een IBVR waarin werd bepaald dat klager in een beveiligde cel werd
geplaatst zonder voorwerpen die gevaarlijk konden zijn.
Klacht 5 is ontvankelijk en gegrond:
De klachtencommissie kan begrijpen dat bepaalde voorwerpen die via de kantine kunnen worden aangekocht, een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid, bijvoorbeeld omdat zij scherp zijn etc. De directie kan echter niet zomaar in het algemeen het recht op kantine ontzeggen omdat een gedetineerde in een beveiligde cel verblijft. Gelet op het gegeven dat klager geen tegemoetkoming vraagt, beperkt de klachtencommissie zich tot de vaststelling dat de klacht gegrond is.
De klachten gaan over volgende zaken die zich voordeden tijdens het verblijf van klager in een beveiligde cel:
1) het niet bij zich mogen houden van een tandenborstel, tandpasta en een balpen;
2) geluidsoverlast, het hoger zetten van de verwarming en de lichten feller laten branden;
3) het bedelen van andere maaltijden dan deze op de gewone secties;
4) niet overhandigen van officiële documenten die op hem betrekking hebben;
5) de schending van zijn recht om via de kantine aankopen te mogen doen.
Klachten 1 t.e.m. 3 zijn niet-ontvankelijk:
Klager stelt dat hij tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel geen tandpasta, tandenborstel en balpen bij zich mocht hebben. Gelet het IBVR inhield dat klager in een beveiligde cel werd geplaatst zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kon zijn, is het mogelijk dat hij om die reden inderdaad deze voorwerpen niet bij zich mocht houden. Volgens de directie kon klager wel beschikken over een balpen. De klachtencommissie ziet geen reden om hier aan te twijfelen. Zij stelt vast dat klager tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel ook inderdaad heel wat klachten heeft kunnen schrijven. Er is dus geen reden om aan te nemen dat de directie een beslissing heeft genomen om hem geen balpen ter beschikking te stellen. Klager maakt niet duidelijk of hij klacht indient tegen het niet voortdurend bij zich mogen houden van een tandenborstel of tandpasta, dan wel het niet kunnen gebruik maken van een tandenborstel of tandpasta. Klager had de mogelijkheid zijn klacht te verduidelijken tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie, maar heeft deze mogelijkheid aan zich laten voorbijgaan. De klachtencommissie kan uit de klacht dan ook geen beslissing van de directie, noch een verzuim van de directie afleiden.
Waar klager stelt dat de maaltijden in de beveiligde cel anders zouden zijn dan de maaltijden op de “gewone” secties, stelt de directeur dat deze dezelfde zijn. De klachtencommissie ziet opnieuw geen reden om hier aan te twijfelen. De klachtencommissie kan geen beslissing van de directie ontwaren waarop de klacht betrekking heeft. Tot slot wordt ook de klacht over geluidoverlast, het hoger zetten van de verwarming en de lichten feller laten branden, niet in verband gebracht met een beslissing door of namens de directeur. Klager verwijst naar medische stagestudenten. Klachten 1 t.e.m. 3 zijn daarom niet-ontvankelijk.
Klacht 4 is ontvankelijk, maar ongegrond:
De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De directeur-generaal liet in haar beslissing de keuze van de cel waarin klager diende te verblijven tijdens het IBVR, aan de lokale gevangenisdirectie over. De lokale directie van de gevangenis van Gent kreeg in het kader van het IBVR dus niet alleen een
beslissingsbevoegdheid van DG EPI, zij nam ook in de praktijk wel degelijk een beslissing om klager in een beveiligde cel te verplaatsen. Ook de uitvoering van deze plaatsing is volgens de klachtencommissie beklagwaardig, gelet op de zorgplicht van de directie, de specifieke zaken waarop de directie volgens de Basiswet tijdens dergelijk verblijf moet toezien en de verwijzing in het IBVR dat deze plaatsing ook gepaard gaat met een beoordeling van het gedrag en de psychische toestand van klager. Deze klacht van klager heeft met andere woorden betrekking op een beslissing van de directie van de gevangenis van Gent die ten aanzien van hem werd genomen en werd daarnaast ook op de juiste manier ingediend en gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.
De directie betwist niet dat klager inderdaad geen documenten bij zich mocht hebben in de beveiligde cel. Dit is volgens de directie om veiligheidsredenen. De beslissingen kunnen wel worden voorgelezen door een beambte of aan het raam worden gelegd zodat de gedetineerde ze kan lezen. De gedetineerde wordt in ieder geval op de hoogte gebracht dat er een nieuw document voor hem is. Na het verblijf in de beveiligde cel kan de gedetineerde deze documenten wel bij zich houden. Deze maatregel is volgens de klachtencommissie niet onwettig of onredelijk, zeker gelet de directie handelde in het kader van een IBVR waarin werd bepaald dat klager in een beveiligde cel werd
geplaatst zonder voorwerpen die gevaarlijk konden zijn.
Klacht 5 is ontvankelijk en gegrond:
De klachtencommissie kan begrijpen dat bepaalde voorwerpen die via de kantine kunnen worden aangekocht, een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid, bijvoorbeeld omdat zij scherp zijn etc. De directie kan echter niet zomaar in het algemeen het recht op kantine ontzeggen omdat een gedetineerde in een beveiligde cel verblijft. Gelet op het gegeven dat klager geen tegemoetkoming vraagt, beperkt de klachtencommissie zich tot de vaststelling dat de klacht gegrond is.