TUCHT - HOORPLICHT - RECHTEN VAN VERDEDIGING
Klager werd opgeroepen voor een tuchtrechtelijke hoorzitting en had op voorhand aangegeven dat hij hierbij beroep wenste te doen op een advocaat.
Volgens de directie weigerde klager om naar de hoorzitting te komen. Hiervan ligt volgens de klachtencommissie echter geen bewijs voor.
Klager maakt aannemelijk dat zijn hoorrecht, zoals bepaald in artikel 144, ยง5 van de Basiswet, werd geschonden.
De klacht is daarom gegrond. De beslissing van de directie, om de tuchtrechtelijke hoorzitting doorgang te laten vinden zonder klager, zonder dat er bewijs voorlag dat klager weigerde om gehoord te worden, was onwettig.
Klager werd opgeroepen voor een tuchtrechtelijke hoorzitting en had op voorhand aangegeven dat hij hierbij beroep wenste te doen op een advocaat.
Volgens de directie weigerde klager om naar de hoorzitting te komen. Hiervan ligt volgens de klachtencommissie echter geen bewijs voor.
Klager maakt aannemelijk dat zijn hoorrecht, zoals bepaald in artikel 144, ยง5 van de Basiswet, werd geschonden.
De klacht is daarom gegrond. De beslissing van de directie, om de tuchtrechtelijke hoorzitting doorgang te laten vinden zonder klager, zonder dat er bewijs voorlag dat klager weigerde om gehoord te worden, was onwettig.