KC09/24-0151
Ongegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
GEÏNTERNEERDE - BEVEILIGDE CEL - ZORGPLICHT
De klachten gaan over het niet overhandigen van officiële documenten die op hem betrekking hebben.
De klachtencommissie verwijst naar eerdere dossiers die klager indiende, met o.a. refertes KC09/24-0122 en -0130. In deze dossiers kwam naar voren dat klager van 31 maart tot en met 29 mei 2024 onder een individueel bijzonder veiligheidsregime (“IBVR”) stond. Ook voorliggend dossier met referte KC09/24-0151 kadert in deze periode.
De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De klachtencommissie nam kennis van deze beslissing van de directeur-generaal, waarin onder andere staat dat het IBVR ten aanzien van klager inhield dat hij werd ondergebracht in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kon zijn. De directeur-generaal liet in haar beslissing de keuze van de cel waarin klager diende te verblijven tijdens het IBVR, aan de lokale gevangenisdirectie over. De lokale directie van de gevangenis van Gent kreeg in het kader van het IBVR dus niet alleen een beslissingsbevoegdheid van DG EPI, zij nam ook in de praktijk wel degelijk een beslissing om klager in een beveiligde cel te plaatsen (hij werd ook geregeld van beveiligde cel verplaatst: cfr. KC09/24-0104 en -0109). Klager beklaagt zich over het niet aan hem overhandigen van bepaalde documenten tijdens zijn verblijf in een beveiligde cel. Voorliggende klachten van klager hebben met andere woorden betrekking op een beslissing van de
directie van de gevangenis van Gent die ten aanzien van hem werd genomen en werd daarnaast ook op de juiste manier ingediend en gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.
Volgens de directie heeft klager de documenten wel ontvangen. Naar aanleiding van de hoorzitting van de klachtencommissie over de eerdere klachten die klager over dit onderwerp indiende (KC09/24-0122 en -0130) bleek echter dat het “ter kennis brengen” van documenten tijdens een verblijf in de beveiligde cel niet inhoudt dat de gedetineerde deze ook bij zich mag hebben tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel. Het is hierover dat klager klacht indient. De directie verduidelijkte in de voorgaande dossiers dat dit om veiligheidsredenen niet was toegestaan. De beslissingen / documenten kunnen wel worden voorgelezen door een beambte of aan het raam worden gelegd zodat de gedetineerde ze kan lezen. De gedetineerde wordt in ieder geval op de hoogte gebracht dat er een nieuw document voor hem is. Na het verblijf in de beveiligde cel kan de gedetineerde deze documenten wel bij zich houden.
Deze maatregel is volgens de klachtencommissie niet onwettig of onredelijk, zeker gelet de directie handelde in het kader van een IBVR waarin werd bepaald dat klager in een beveiligde cel werd geplaatst zonder voorwerpen die gevaarlijk konden zijn.
De klachten gaan over het niet overhandigen van officiële documenten die op hem betrekking hebben.
De klachtencommissie verwijst naar eerdere dossiers die klager indiende, met o.a. refertes KC09/24-0122 en -0130. In deze dossiers kwam naar voren dat klager van 31 maart tot en met 29 mei 2024 onder een individueel bijzonder veiligheidsregime (“IBVR”) stond. Ook voorliggend dossier met referte KC09/24-0151 kadert in deze periode.
De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”). De klachtencommissie nam kennis van deze beslissing van de directeur-generaal, waarin onder andere staat dat het IBVR ten aanzien van klager inhield dat hij werd ondergebracht in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kon zijn. De directeur-generaal liet in haar beslissing de keuze van de cel waarin klager diende te verblijven tijdens het IBVR, aan de lokale gevangenisdirectie over. De lokale directie van de gevangenis van Gent kreeg in het kader van het IBVR dus niet alleen een beslissingsbevoegdheid van DG EPI, zij nam ook in de praktijk wel degelijk een beslissing om klager in een beveiligde cel te plaatsen (hij werd ook geregeld van beveiligde cel verplaatst: cfr. KC09/24-0104 en -0109). Klager beklaagt zich over het niet aan hem overhandigen van bepaalde documenten tijdens zijn verblijf in een beveiligde cel. Voorliggende klachten van klager hebben met andere woorden betrekking op een beslissing van de
directie van de gevangenis van Gent die ten aanzien van hem werd genomen en werd daarnaast ook op de juiste manier ingediend en gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.
Volgens de directie heeft klager de documenten wel ontvangen. Naar aanleiding van de hoorzitting van de klachtencommissie over de eerdere klachten die klager over dit onderwerp indiende (KC09/24-0122 en -0130) bleek echter dat het “ter kennis brengen” van documenten tijdens een verblijf in de beveiligde cel niet inhoudt dat de gedetineerde deze ook bij zich mag hebben tijdens zijn verblijf in de beveiligde cel. Het is hierover dat klager klacht indient. De directie verduidelijkte in de voorgaande dossiers dat dit om veiligheidsredenen niet was toegestaan. De beslissingen / documenten kunnen wel worden voorgelezen door een beambte of aan het raam worden gelegd zodat de gedetineerde ze kan lezen. De gedetineerde wordt in ieder geval op de hoogte gebracht dat er een nieuw document voor hem is. Na het verblijf in de beveiligde cel kan de gedetineerde deze documenten wel bij zich houden.
Deze maatregel is volgens de klachtencommissie niet onwettig of onredelijk, zeker gelet de directie handelde in het kader van een IBVR waarin werd bepaald dat klager in een beveiligde cel werd geplaatst zonder voorwerpen die gevaarlijk konden zijn.