KC09/24-0253
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - CELMUTATIE
In de klacht over het “misleiden van de klachtencommissie” verduidelijkt klager niet over welke beslissing van of namens de directie hij het heeft, noch op welke manier de directie de klachtencommissie misleid zou hebben. Dit aspect van de klacht is daarom niet-ontvankelijk.
De directie besloot volgens klager om "geen tuchtsanctie" op te leggen. Dit wordt bevestigd door het tuchtregister. Het is echter niet duidelijk of klager al dan niet schuldig werd bevonden aan (een) tuchtrechtelijke inbreuk(en). Ofwel werd er een tuchtbeslissing genomen waarbij geen tuchtsanctie werd uitgesproken, maar waarbij mogelijk wel uitspraak werd gedaan over de (on)schuld van klager, ofwel werd er louter een beslissing tot het beëindigen van de tuchtrechtelijke procedure genomen. In geen van deze gevallen zou de beslissing echter op het tuchtregister van klager vermeld mogen staan. In artikel 146 van de Basiswet wordt immers bepaald dat enkel tuchtrechtelijke sancties worden ingeschreven op het tuchtregister.
De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing. De klachtencommissie draagt de directie op elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.
De klacht over het overplaatsen van klager van een meerpersoonscel naar een monocel is ongegrond. Klager stelt dat hij van zijn psychiater en dokter niet alleen mag zitten omdat hij o.a. hartpatiënt is, maar voegt niets toe om dit te staven.
In de klacht over het “misleiden van de klachtencommissie” verduidelijkt klager niet over welke beslissing van of namens de directie hij het heeft, noch op welke manier de directie de klachtencommissie misleid zou hebben. Dit aspect van de klacht is daarom niet-ontvankelijk.
De directie besloot volgens klager om "geen tuchtsanctie" op te leggen. Dit wordt bevestigd door het tuchtregister. Het is echter niet duidelijk of klager al dan niet schuldig werd bevonden aan (een) tuchtrechtelijke inbreuk(en). Ofwel werd er een tuchtbeslissing genomen waarbij geen tuchtsanctie werd uitgesproken, maar waarbij mogelijk wel uitspraak werd gedaan over de (on)schuld van klager, ofwel werd er louter een beslissing tot het beëindigen van de tuchtrechtelijke procedure genomen. In geen van deze gevallen zou de beslissing echter op het tuchtregister van klager vermeld mogen staan. In artikel 146 van de Basiswet wordt immers bepaald dat enkel tuchtrechtelijke sancties worden ingeschreven op het tuchtregister.
De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing. De klachtencommissie draagt de directie op elk spoor van de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.
De klacht over het overplaatsen van klager van een meerpersoonscel naar een monocel is ongegrond. Klager stelt dat hij van zijn psychiater en dokter niet alleen mag zitten omdat hij o.a. hartpatiënt is, maar voegt niets toe om dit te staven.