KC09/24-0465
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - CELCONTROLE - MEERPERSOONSCEL - VERBODEN SUBSTANTIES - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - ARBEID - ONTSLAG
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een beslissing tot afzetting van werk van 3 december 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.
De klacht over de tuchtbeslissing is ontvankelijk en gegrond:
De directeur stelt zélf dat er een verdachte substantie werd gevonden op een meerpersoonscel en dat de directeur aan beide celgenoten dezelfde sanctie heeft gegeven omdat niet kon bewezen worden van welke van de twee celgenoten de substantie was. Dit is in strijd met het vermoeden van onschuld. De directie heeft op geen enkele manier aangetoond dat het klager was die zich schuldig maakte aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De klachtencommissie wenst nog te wijzen op de internationale consensus over het gegeven dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn. Omdat er geen bewijs is dat klager de tuchtinbreuk pleegde, is de klacht gegrond.
De klacht over de beëindiging van de tewerkstelling van klager is ontvankelijk en gegrond:
De klacht gaat over de beëindiging van de tewerkstelling van klager. Volgens klager betrof dit een ontslag. Volgens het rapport aan de directeur van 3 december 2024 was dit een stopzetting van werk op eigen verzoek van klager. Volgens de directeur die ter zitting aanwezig was ging het over klager die weigerde te werken, maar werd er geen schriftelijke beslissing door de directeur genomen waarbij de tewerkstelling van klager werd beëindigd. In ieder geval berust de bevoegdheid tot het toewijzen van arbeid, en dus logischerwijs ook het afnemen van arbeid, bij de gevangenisdirectie. De klacht is ontvankelijk.
Het is zowel voor klager, voor de klachtencommissie als voor de directeur die aanwezig was ter zitting onduidelijk waarom de tewerkstelling van klager werd beëindigd.
De beëindiging van de tewerkstelling van klager gebeurde dus niet op een correcte manier. De klacht is dan ook gegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing en een beslissing tot afzetting van werk van 3 december 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.
De klacht over de tuchtbeslissing is ontvankelijk en gegrond:
De directeur stelt zélf dat er een verdachte substantie werd gevonden op een meerpersoonscel en dat de directeur aan beide celgenoten dezelfde sanctie heeft gegeven omdat niet kon bewezen worden van welke van de twee celgenoten de substantie was. Dit is in strijd met het vermoeden van onschuld. De directie heeft op geen enkele manier aangetoond dat het klager was die zich schuldig maakte aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De klachtencommissie wenst nog te wijzen op de internationale consensus over het gegeven dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn. Omdat er geen bewijs is dat klager de tuchtinbreuk pleegde, is de klacht gegrond.
De klacht over de beëindiging van de tewerkstelling van klager is ontvankelijk en gegrond:
De klacht gaat over de beëindiging van de tewerkstelling van klager. Volgens klager betrof dit een ontslag. Volgens het rapport aan de directeur van 3 december 2024 was dit een stopzetting van werk op eigen verzoek van klager. Volgens de directeur die ter zitting aanwezig was ging het over klager die weigerde te werken, maar werd er geen schriftelijke beslissing door de directeur genomen waarbij de tewerkstelling van klager werd beëindigd. In ieder geval berust de bevoegdheid tot het toewijzen van arbeid, en dus logischerwijs ook het afnemen van arbeid, bij de gevangenisdirectie. De klacht is ontvankelijk.
Het is zowel voor klager, voor de klachtencommissie als voor de directeur die aanwezig was ter zitting onduidelijk waarom de tewerkstelling van klager werd beëindigd.
De beëindiging van de tewerkstelling van klager gebeurde dus niet op een correcte manier. De klacht is dan ook gegrond.