Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0471

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur
RECHTEN VAN VERDEDIGING - RECHT OP PERSOONLIJKE VERSCHIJNING - ART. 6 EVRM

Uit de paleislijst die de directie overmaakte blijkt dat klager op 11 december 2024 stond ingepland om uitgehaald te worden voor een zitting van de KBM om 9u in de gevangenis van Gent. Klager beschrijft uitvoerig dat hij op de dag van de KMB-zitting meermaals aan een beambte vroeg om uit zijn cel te worden gehaald voor de zitting, maar dat men hem niet heeft overgebracht. De directie heeft nooit een inhoudelijk verweer bezorgd, dus heeft dit ook nooit betwist.

Klager maakt aannemelijk dat hij door toedoen van het gevangenispersoneel niet naar de zitting kon gaan. Het personeel dat instond om te zorgen dat klager naar de zitting kon gaan, handelde in deze namens de directie. De klacht is dan ook ontvankelijk.

De klachtencommissie stelt een schending van het recht op persoonlijke verschijning vast. De klacht is daarom gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0245 opgestart