Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0002

Ongegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 24 december 2024 van de directie van de gevangenis van Gent.

Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de eerste categorie, namelijk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” en “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager van 20 december 2024 en op basis van hetgeen klager
verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 24 december 2024.

Klager werd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting bijgestaan door een advocate. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt niet dat klager melding maakte van het gegeven dat hij het RAD niet had ontvangen. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt niet dat er twijfel bestaat over de feiten waarover klager werd opgeroepen. De klachtencommissie ziet geen reden om aan te nemen dat het RAD niet aan klager werd bezorgd. Waar klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting nog stelt dat hij totaal geen “jojo” (doorgeeflint) deed, geeft hij tijdens de zitting van de klachtencommissie wel toe dat hij met een doorgeeflint suiker zou hebben proberen bemachtigen. Klager vermeldt tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie ook zelf dat er een joint werd gevonden.

De klachtencommissie is van mening dat klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting niet aannemelijk maakte dat het RAD niet zou kloppen. Uit het RAD blijkt duidelijk dat de beambte vaststelde dat klager een verdachte substantie probeerde door te geven aan een andere cel en dat deze substantie ook onderschept werd. Gelet dat de drugsproblematiek een verbreid en gekend fenomeen is in de gevangenissen, hebben de penitentiair beambten ervaring opgebouwd in het herkennen van drugs en druggebruik.

In voorliggende zaak werd de verdachte substantie omschreven als een bruine substantie die “vermoedelijk hasj” was. De schuld van klager aan de tuchtrechtelijke inbreuken staat met andere woorden vast. De directie kan voor inbreuken van de eerste categorie een maximumsanctie van 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg de maximumsanctie. Gelet op de ernst van de inbreuken, acht de klachtencommissie deze sanctie niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond.