VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - MOTIVERING
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd wegens vermeend gevaar voor de orde of veiligheid, nadat hij volgens de directie onder invloed zou zijn geweest. Hoewel klager geïnterneerd is, sluit dit niet uit dat een voorlopige maatregel kan worden opgelegd, aangezien die niet bestraffend maar preventief van aard is. De maatregel werd echter pas ongeveer twintig uur na het incident opgelegd, en de klachtencommissie stelt vast dat de motivering onvoldoende aantoont waarom er op dat moment nog sprake was van een reëel gevaar. De intoxicatie zou tegen die tijd uitgewerkt moeten zijn, en er werd niet duidelijk gemaakt waarom de maatregel noodzakelijk bleef. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie oordeelt verder dat de klacht tegen de tuchtbeslissing van 25 februari 2025 ontvankelijk en gegrond is. Klager, die geïnterneerd is, kreeg een sanctie van zeven dagen afzondering opgelegd, maar volgens de basiswet mag een tuchtsanctie enkel worden opgelegd als de directeur op basis van voldoende bewijsmateriaal en een duidelijke motivering kan aantonen dat de feiten toerekenbaar zijn aan de gedetineerde. Bij geïnterneerden is die toerekenbaarheid extra belangrijk, gezien hun psychische problematiek. De directeur moet expliciet motiveren waarom hij de feiten aan de geïnterneerde toerekent, en indien hij daarover onvoldoende informatie heeft, moet hij advies vragen aan een PSD-psychiater. In dit geval blijkt uit het dossier niet dat de directeur deze motiveringsplicht heeft nageleefd, en er is geen bewijs dat hij heeft onderzocht of klager op het moment van de feiten toerekeningsvatbaar was.
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd wegens vermeend gevaar voor de orde of veiligheid, nadat hij volgens de directie onder invloed zou zijn geweest. Hoewel klager geïnterneerd is, sluit dit niet uit dat een voorlopige maatregel kan worden opgelegd, aangezien die niet bestraffend maar preventief van aard is. De maatregel werd echter pas ongeveer twintig uur na het incident opgelegd, en de klachtencommissie stelt vast dat de motivering onvoldoende aantoont waarom er op dat moment nog sprake was van een reëel gevaar. De intoxicatie zou tegen die tijd uitgewerkt moeten zijn, en er werd niet duidelijk gemaakt waarom de maatregel noodzakelijk bleef. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie oordeelt verder dat de klacht tegen de tuchtbeslissing van 25 februari 2025 ontvankelijk en gegrond is. Klager, die geïnterneerd is, kreeg een sanctie van zeven dagen afzondering opgelegd, maar volgens de basiswet mag een tuchtsanctie enkel worden opgelegd als de directeur op basis van voldoende bewijsmateriaal en een duidelijke motivering kan aantonen dat de feiten toerekenbaar zijn aan de gedetineerde. Bij geïnterneerden is die toerekenbaarheid extra belangrijk, gezien hun psychische problematiek. De directeur moet expliciet motiveren waarom hij de feiten aan de geïnterneerde toerekent, en indien hij daarover onvoldoende informatie heeft, moet hij advies vragen aan een PSD-psychiater. In dit geval blijkt uit het dossier niet dat de directeur deze motiveringsplicht heeft nageleefd, en er is geen bewijs dat hij heeft onderzocht of klager op het moment van de feiten toerekeningsvatbaar was.