Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0113

Ongegrond KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur
OVERBEVOLKING - HYGIËNE - ART. 3 EVRM

Klager verblijft samen met een andere gedetineerde in een monocel, waardoor elke bewoner over ongeveer 4,5m² persoonlijke oppervlakte beschikt. Er is geen vermoeden dat het verblijf in de cel in strijd was met het verbod op onmenselijke behandeling. De beslissing om klager als tweede persoon in de cel te plaatsen met een matras op de grond, was niet onwettig en gelet op de omstandigheden van overbevolking niet onredelijk.

Gelet klager verstek liet op de hoorzitting van de klachtencommissie heeft hij ook niet verder verduidelijkt en dus niet aangetoond op welk(e) moment(en), op welke manier en hoe vaak hij de directie precies om een celmutatie verzocht zou hebben of de problematiek van muizen aangekaart zou hebben. Er kan in elk geval geen verzuim van de directie worden aangetoond om klager in een “wetsconforme” cel te plaatsen. Uit het verweer van de directie ter zitting blijkt dat er naar aanleiding van het probleem met de muizen reeds beroep werd gedaan op een verdelgingsfirma vooraleer klager in de gevangenis aankwam. Bij gebrek aan verdere verduidelijking door klager kan de klachtencommissie niet vaststellen dat de directie in het geval van klager onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen of inspanningen heeft geleverd om klager te beschermen tegen ongedierte.

De klacht is ongegrond.