BEZOEK
De klacht gaat over het bezoek van klagers broer in de gevangenis van Gent. De advocaat van klager schrijft dat klager sinds 10 maart 2025 om bezoek van zijn broer verzoekt. De directie zou telkens stellen dat er nog geen aanvraag is toegekomen voor bezoek. Klager zou echter minstens tweemaal per week een aanvraag indienen, maar kreeg nog geen goedkeuring. Klagers broer zou in principe zelfs zonder goedkeuring worden toegelaten tot het bezoek. Volgens klager zouden de beambten verantwoordelijk voor het bezoek echter stellen dat dit toch eerst moet goedgekeurd worden. De directie zelf meent dat zij nog geen enkele aanvraag ontving. Er is geen sprake van een weigeringsbeslissing. Klager wil dat zijn broer wordt toegelaten tot het gewoon bezoek.
Uit de klacht blijkt dat klager door de beambten werd geïnformeerd dat het bezoek van zijn broer moest worden goedgekeurd door de directie. Hoewel klager verschillende aanvragen zou hebben ingediend, zegt de directie dergelijke aanvraag niet te hebben ontvangen.
Een broer van een gedetineerde wordt in principe toegelaten tot het bezoek wanneer hij van zijn hoedanigheid heeft doen blijken. Het is voor de klachtencommissie dan ook een raadsel waarom er van klager een aanvraag tot bezoek werd verwacht – die dan achteraf moest worden goedgekeurd door de directie. Uit het dossier blijkt ook niet dat er sprake was van individuele aanwijzingen dat er een gevaar was voor de orde of de veiligheid, waardoor het bezoek kon worden ontzegd.
De klachtencommissie ziet geen enkele reden waarom het bezoek van klagers broer in de periode tussen maart en mei niet heeft kunnen doorgaan.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klacht gaat over het bezoek van klagers broer in de gevangenis van Gent. De advocaat van klager schrijft dat klager sinds 10 maart 2025 om bezoek van zijn broer verzoekt. De directie zou telkens stellen dat er nog geen aanvraag is toegekomen voor bezoek. Klager zou echter minstens tweemaal per week een aanvraag indienen, maar kreeg nog geen goedkeuring. Klagers broer zou in principe zelfs zonder goedkeuring worden toegelaten tot het bezoek. Volgens klager zouden de beambten verantwoordelijk voor het bezoek echter stellen dat dit toch eerst moet goedgekeurd worden. De directie zelf meent dat zij nog geen enkele aanvraag ontving. Er is geen sprake van een weigeringsbeslissing. Klager wil dat zijn broer wordt toegelaten tot het gewoon bezoek.
Uit de klacht blijkt dat klager door de beambten werd geïnformeerd dat het bezoek van zijn broer moest worden goedgekeurd door de directie. Hoewel klager verschillende aanvragen zou hebben ingediend, zegt de directie dergelijke aanvraag niet te hebben ontvangen.
Een broer van een gedetineerde wordt in principe toegelaten tot het bezoek wanneer hij van zijn hoedanigheid heeft doen blijken. Het is voor de klachtencommissie dan ook een raadsel waarom er van klager een aanvraag tot bezoek werd verwacht – die dan achteraf moest worden goedgekeurd door de directie. Uit het dossier blijkt ook niet dat er sprake was van individuele aanwijzingen dat er een gevaar was voor de orde of de veiligheid, waardoor het bezoek kon worden ontzegd.
De klachtencommissie ziet geen enkele reden waarom het bezoek van klagers broer in de periode tussen maart en mei niet heeft kunnen doorgaan.
Om deze reden is de klacht gegrond.