Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0199

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENBAARHEID

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager, omwille van verschillende tuchtrechtelijke inbreuken, werd gesanctioneerd met 7 dagen opsluiting in de strafcel.

De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RAD waarin wordt beschreven hoe klager personeelsleden beledigde en bedreigde, fysiek agressief tekeerging in zijn cel, zijn winket afplakte en zich fysiek en verbaal verzette tijdens de interventie van de COPS.

Op basis van de feiten zoals weergegeven in de twee RAD, werd klager door de directeur schuldig bevonden aan de volgende tuchtrechtelijke inbreuken:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een inbreuk van de eerste categorie);
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (een inbreuk van de tweede categorie);
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (een inbreuk van de tweede categorie);
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie);
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (een inbreuk van de tweede categorie).

De klachtencommissie meent dat de rapporten duidelijk zijn en dat er geen twijfel bestaat over de tuchtinbreuken.

Om onderhevig te kunnen zijn aan tuchtmaatregelen dient de betrokken gedetineerde toerekeningsvatbaar te zijn voor de daden naar aanleiding waarvan de maatregel in kwestie wordt opgelegd. De directeur dient bij een tuchtbeslissing dus aan te tonen dat een persoon moreel aansprakelijk kan worden gehouden voor een tuchtrechtelijke inbreuk.
Wanneer de betrokken gedetineerde psychische problemen kent rust op de directie een extra (zorgvuldigheids)verplichting om na te gaan in welke mate de mentale gezondheidstoestand een impact heeft op de schuld van de gedetineerde. Uit alle elementen (uit de verklaringen van klager en zijn advocate en uit de verklaringen en bevindingen van de directeur) in dit dossier blijkt duidelijk dat het gedrag van klager volgt uit een psychiatrische problematiek. Klager kan door zijn problematiek niet schuldig bevonden worden aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuken. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie onwettig.

De tuchtsanctie is onwettig en de klacht is gegrond.

Aangezien klager 7 dagen onterecht in de strafcel heeft verbleven, kent de klachtencommissie hem een tegemoetkoming van 70 belminuten toe.