KC09/25-0289
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klachtencommissie kan uit de motivering niet afleiden waarom dit een gevaar voor de orde of de veiligheid inhoudt gezien de motivering bestaat uit een letterlijke overname van het rapport aan de directeur van dezelfde dag. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel moet klager in staat stellen te begrijpen waarom een bepaalde maatregel genomen wordt.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel pas inging op 15u40 terwijl de feiten zich voordeden om 11u35. De klachtencommissie kan zich niet van de indruk ontdoen dat deze voorlopige maatregel opgelegd werd met het oog op onmiddellijke bestraffing. Te meer omdat ook in de motivering niet verduidelijkt wordt waarom de voorlopige maatregel zich na vier uren nog steeds opdringt. Dit is niet toegelaten volgens de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gericht tegen de voorlopige maatregel gegrond.
Klager dateerde zijn in op 14/06/2025, wanneer hij kennis nam van het RAD waarvoor een tuchtprocedure opgestart werd. Dit blijkt ook uit het klachtenformulier want hij geeft duidelijk aan bij het aankruisen van ‘tuchtbeslissing’ waarbij hij schreef ‘vandaag is 14/06/2025’. De tuchtbeslissing volgde pas op 16/06/2025 en dus na het opstellen van klager zijn klacht. Op dat ogenblik was er dus nog geen tuchtbeslissing van de directie. Aldus heeft klager zijn klacht te vroeg ingediend.
De klacht gericht tegen de tuchtbeslissing van 16/06/2025 is om deze reden is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie kan uit de motivering niet afleiden waarom dit een gevaar voor de orde of de veiligheid inhoudt gezien de motivering bestaat uit een letterlijke overname van het rapport aan de directeur van dezelfde dag. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel moet klager in staat stellen te begrijpen waarom een bepaalde maatregel genomen wordt.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel pas inging op 15u40 terwijl de feiten zich voordeden om 11u35. De klachtencommissie kan zich niet van de indruk ontdoen dat deze voorlopige maatregel opgelegd werd met het oog op onmiddellijke bestraffing. Te meer omdat ook in de motivering niet verduidelijkt wordt waarom de voorlopige maatregel zich na vier uren nog steeds opdringt. Dit is niet toegelaten volgens de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gericht tegen de voorlopige maatregel gegrond.
Klager dateerde zijn in op 14/06/2025, wanneer hij kennis nam van het RAD waarvoor een tuchtprocedure opgestart werd. Dit blijkt ook uit het klachtenformulier want hij geeft duidelijk aan bij het aankruisen van ‘tuchtbeslissing’ waarbij hij schreef ‘vandaag is 14/06/2025’. De tuchtbeslissing volgde pas op 16/06/2025 en dus na het opstellen van klager zijn klacht. Op dat ogenblik was er dus nog geen tuchtbeslissing van de directie. Aldus heeft klager zijn klacht te vroeg ingediend.
De klacht gericht tegen de tuchtbeslissing van 16/06/2025 is om deze reden is niet-ontvankelijk.