Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0340

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENBAARHEID

Bij de toemeting van de tuchtsanctie dient de directie rekening te houden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en eventuele voorlopige maatregelen die werden opgelegd.

In dit dossier gaat het om twee inbreuken. De eerste inbreuk gaat over de slag in het gezicht van een andere gedetineerde naar aanleiding van beledigingen die geuit werden ten aanzien van klager. De klachtencommissie stelt vast dat klager de slag niet ontkent. Voor deze tuchtinbreuk kon klager maximaal 30 dagen ATV krijgen. Samen met de andere tuchtinbreuk kreeg klager 15 dagen ATV wat de klachtencommissie doet aannemen dat er rekening werd gehouden met de geuite beledigingen ten aanzien van klager. Evenwel meent de klachtencommissie dat deze vorm van uitlokking ten aanzien van klager geen rechtvaardigingsgrond is voor de slag. Klager kon zich tot het personeel richten om het gedrag van het slachtoffer aan te kaarten.

De tweede inbreuk betreft verschillende keren dat klager zichzelf bevredigde in het bijzijn van een beambte. Zowel uit de klacht als uit het verslag van de tuchtzitting blijkt dat klager zijn gedrag waarschijnlijk te wijten is aan een stoornis. Klager zat eerder al in detentie voor gelijkaardige feiten en er is ook al verschillende malen geprobeerd om klager de juiste hulpverlening te laten krijgen. Klager heeft ook recent gevraagd om medische zorgen te ontvangen van een psychiater. Klager werd ontving echter geen medische zorgen (evenmin door de psychiater).

Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt dat de directie op de hoogte is dat het niet de eerste keer is dat klager dergelijk gedrag stelt. Kort voordien kreeg hij nog een tuchtsanctie waarvoor hij tijdens de feiten in ATV zat. Uit de motivering blijkt dat er geen rekening werd gehouden met de psychiatrische problematiek van klager en de medische zorgen die klager trachtte te verkrijgen. De directie motiveert niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan
klager konden worden toegerekend.

De klachtencommissie stelt dat de tweede tuchtinbreuk ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ in deze omstandigheden niet weerhouden kan worden en dat deze dan ook niet toe te rekenen valt aan klager.

De klacht is om bovenstaande redenen kennelijk gegrond.