KC09/25-0448
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
WANDELING - VRIJE TIJD
De klacht is ten eerste gericht tegen het feit dat klager op een specifieke datum de wandeling werd ontzegd na haar les. Het verweer van de directie bestaat er in essentie uit dat zij vaststelt dat klager inderdaad recht had op een dagelijkse gemeenschappelijke wandeling, maar dat zij niet meer kan vaststellen wat er precies gebeurd is die dag. De klachtencommissie meent dat de directie daarmee onvoldoende aannemelijk maakt dat klager wel een wandeling gehad zou hebben. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan vaststellen dat het recht op een dagelijkse wandeling van klager werd geschonden. De klacht is gegrond.
Klager meent verder dat er een discriminatie is tussen vrouwen en mannen in de gevangenis op het vlak van deelname aan de zorgactiviteiten en deelname aan de wandeling. Met betrekking tot de zorgactiviteiten, stelt de klachtencommissie vast dat het niet gaat over een beslissing van de directeur, maar van de zorgequipe die valt onder de Centrale Psychosociale dienst van de Directie Medicopsychosociale diensten van het DG EPI. De klacht is op dit vlak niet-ontvankelijk.
Met betrekking tot het aantal uren wandeling stelt de klachtencommissie vast dat vrouwen in de gevangenis op weekbasis zelfs meer mogen gaan wandelen dan mannen. Enkel op woensdag mogen zij slechts één uur wandelen, wat minder is dan de mannen. De klachtencommissie meent verder dat er voorzien wordt in een vergelijkbaar wandelschema voor deze vergelijkbare categorieën van personen, zonder dat hun recht op een dagelijkse wandeling van minstens één uur in de buitenlucht geschonden wordt. Er is volgens de klachtencommissie dan ook geen sprake van discriminatie op het vlak van het recht op wandeling in de gevangenis van Gent tussen de mannenafdeling en de vrouwenafdeling. De klacht is ongegrond.
De klacht is ten eerste gericht tegen het feit dat klager op een specifieke datum de wandeling werd ontzegd na haar les. Het verweer van de directie bestaat er in essentie uit dat zij vaststelt dat klager inderdaad recht had op een dagelijkse gemeenschappelijke wandeling, maar dat zij niet meer kan vaststellen wat er precies gebeurd is die dag. De klachtencommissie meent dat de directie daarmee onvoldoende aannemelijk maakt dat klager wel een wandeling gehad zou hebben. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan vaststellen dat het recht op een dagelijkse wandeling van klager werd geschonden. De klacht is gegrond.
Klager meent verder dat er een discriminatie is tussen vrouwen en mannen in de gevangenis op het vlak van deelname aan de zorgactiviteiten en deelname aan de wandeling. Met betrekking tot de zorgactiviteiten, stelt de klachtencommissie vast dat het niet gaat over een beslissing van de directeur, maar van de zorgequipe die valt onder de Centrale Psychosociale dienst van de Directie Medicopsychosociale diensten van het DG EPI. De klacht is op dit vlak niet-ontvankelijk.
Met betrekking tot het aantal uren wandeling stelt de klachtencommissie vast dat vrouwen in de gevangenis op weekbasis zelfs meer mogen gaan wandelen dan mannen. Enkel op woensdag mogen zij slechts één uur wandelen, wat minder is dan de mannen. De klachtencommissie meent verder dat er voorzien wordt in een vergelijkbaar wandelschema voor deze vergelijkbare categorieën van personen, zonder dat hun recht op een dagelijkse wandeling van minstens één uur in de buitenlucht geschonden wordt. Er is volgens de klachtencommissie dan ook geen sprake van discriminatie op het vlak van het recht op wandeling in de gevangenis van Gent tussen de mannenafdeling en de vrouwenafdeling. De klacht is ongegrond.