Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0472

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
RECHTEN VAN VERDEDIGING - BIJSTAND ADVOCAAT
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij aan klager 20 dagen ATV werden opgelegd. Klager is van mening dat hij geen bijstand heeft kunnen genieten van een advocaat, terwijl hij hierom had verzocht. De directie stelt in haar verweer dat betrokkene geen concrete naam van een advocaat had doorgegeven en reeds weggelopen was alvorens de griffie de papieren kon overhandigen om een pro-Deoadvocaat aan te vragen. De klachtencommissie is van mening dat de directie onvoldoende zorgvuldig is geweest door deze papieren niet nog achteraf aan klager te bezorgen en hem minstens de kans te geven deze papieren in te vullen. De directie had aan klager een kort uitstel kunnen verlenen voor de tuchtrechtelijke hoorzitting, nu klager daar opnieuw zijn wens tot bijstand van een advocaat uitte. Er werd niet genoteerd op het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting waarom een uitstel in die omstandigheden niet kon worden toegekend. Het recht op bijstand van een advocaat tijdens de tuchtprocedure werd dan ook geschonden.

De klachtencommissie merkt ten slotte nog op dat de mededeling tot opstart tuchtprocedure slechts één RAD vermeldt, terwijl klager ook gehoord werd over een tweede RAD. Ook dit is in strijd met het recht van verdediging tijdens de tuchtprocedure.

De klacht is gegrond.