Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0474

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur
GEINTERNEERDE - ZORGPLICHT - CELMUTATIE - VOORLOPIGE MAATREGEL

De klachten gaan over:
1) het verblijf van klager in een cel met muizen;
2) de afwijzing van een verzoek tot plaatsing van een extra persoon op cel;
3) een voorlopige maatregel van de gevangenisdirectie van Gent ten aanzien van klager.

1) Het verblijf in een cel met muizen

Klager meldt dat er in zijn cel een muizenplaag is, hetgeen in een cel met meerdere personen a fortiori allesbehalve aangenaam is. De muizen zorgen voor aanzienlijke overlast in de cel van klager, en bijten tevens alles kapot. De situatie is op heden onhoudbaar geworden. De muizenplaag wordt niet ontkend door de directie. Daarnaast blijkt uit het jaarverslag van de Commissie van Toezicht van Gent dat de gevangenis al geruime tijd kampt met een muizenplaag.

De directie gaf tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie in een gelijkaardig dossier (KC09/25-0494) aan dat door een aanbestedingsprocedure pas op 7 november 2025 opnieuw kon gestart worden met het verdelgen door een gespecialiseerde firma. Vóór 7 november werden er gedurende drie maanden geen maatregelen getroffen. De klacht, die dateert van 16 oktober 2025, werd dus ingediend op het moment dat er ruim 2 maanden geen verdelgingsfirma was langs geweest ter bestrijding van de muizen. De directie was op de hoogte van de problematiek, maar ondernam op het moment van de klacht te weinig stappen tegen de muizenplaag.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie, op het moment dat klager zijn klacht indiende, onvoldoende preventieve maatregelen had getroffen en onvoldoende inspanningen had geleverd om de fysieke integriteit van klager te beschermen tegen het ongedierte.

Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, zoals het gegeven dat klagers voedsel werd opgegeten en klagers dagelijkse leven en nachtrust ernstig leed onder de aanwezigheid van de muizen, acht de klachtencommissie de situatie waarin klager zich bevond strijdig met de zorgplicht (voortvloeiend uit artikel 5 van de Basiswet) die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.

Om deze redenen is de klacht gegrond. De directie moet klager opnieuw in het bezit stellen van de aangevreten voedingsmiddelen, zijnde drie dozen couscous en drie dozen langkorrelrijst.


2) De afwijzing van een verzoek tot plaatsing van een extra persoon op cel

Klager richtte een verzeok aan de directie tot het plaatsen van een bepaalde medegedetineerde op zijn cel. Dit werd door de directie afgewezen “omdat het praktisch niet haalbaar was”.

Een gedetineerde heeft niet het recht om zelf een verblijfsruimte te kiezen. Het is de directie die een verblijfsruimte toewijst aan de gedetineerde. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de Basiswet. Bijgevolg is de directie in principe vrij om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) zij een gedetineerde plaatst. De directie oefent dus een discretionaire bevoegdheid uit wanneer zij beslist om gedetineerden toe te wijzen aan een cel. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om de Albanese medegedetineerde niet op de cel van klager te plaatsen, niet onredelijk of onbillijk was. De klachtencommissie begrijpt dat het voor de directie praktisch niet mogelijk is om elk verzoek tot mutatie in te willigen. Bovendien komt het aan de directie toe om de celsamenstelling te bepalen, en niet aan een (mede)gedetineerde.

De klacht is ongegrond.


3) De voorlopige maatregel

Klager weigerde een inkomende gedetineerde binnen te laten op cel. De directie meende dat er sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid en besloot klager bij wijze van voorlopige maatregel in afzondering in de toegewezen verblijfsruimte te plaatsen.

De klachtencommissie stelt vast dat het weigeren van een extra persoon op cel op zich, noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in het gedrang brengt. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust. Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie. De klacht is dan ook gegrond.


Omdat de gevolgen van de vernietigde beslissingen niet ongedaan kunnen worden gemaakt, besluit de klachtencommissie een tegemoetkoming toe te kennen: twee frangipanes, twee repen Leo en twee repen Mars.