CELMUTATIE - OVERBEVOLKING - GRONDSLAPEN
De klacht gaat over de plaatsing van klager in een cel waarin hij op de grond diende te slapen naar aanleiding van de overbevolking in de gevangenis van Gent.
Op basis van hetgeen klager beschrijft (en wat door de directie niet wordt betwist), besluit de klachtencommissie dat er in het geval van klager, wanneer hij als derde persoon in een duocel werd geplaatst, een sterk vermoeden is ontstaan dat zijn opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling. De oppervlakte van monocellen in Gent, die de facto gebruikt worden om twee dan wel drie gedetineerden in op te sluiten, bedraagt in de gevangenis van Gent namelijk 8,91 m² inclusief de sanitaire voorzieningen, zo blijkt uit twee processen-verbaal die werden opgesteld door een gerechtsdeurwaarder. Wanneer er met drie personen op dergelijke cel verbleven wordt, beschikt elk van de op de cel aanwezige gedetineerden dus over aanzienlijk minder dan 3 m² per persoon.
De directie heeft geen enkel argument aangevoerd waarmee het vermoeden van een schending van art. 3 EVRM weerlegd kan worden.
Klager haalt daarentegen wel zelf een aantal elementen aan die het vermoeden bevestigen: hij verbleef zo’n 3,5 week als grondslaper op de bewuste cel, was op dat moment niet aan het werk en had onvoldoende bewegingsvrijheid. Klager beschreef tijdens de zitting van de klachtencommissie zeer expliciet wat het betekent om te verblijven in een overbevolkte cel: de gedetineerden, die in het stapelbed slapen, kunnen niet gewoon uit bed stappen maar moeten er uit springen omdat de matras van de grondslaper het trapje van het bed blokkeert. De gedetineerden moeten ook telkens over de matras van de grondslaper lopen om naar de wc te kunnen gaan. De persoon die op de grond slaapt ligt met zijn hoofd in de richting van de wc, die is afgesloten met een gordijn dat niet lang genoeg is om de vloer te bereiken, waardoor er geen sprake is van een goed afgesloten ruimte. Die opening bevindt zich bovendien op een kleine afstand het hoofd van de grondslaper. Het overbevolkingsprobleem in de Gentse gevangenis (en bij uitbreiding in verschillende Belgische gevangenissen) is bekend en werd reeds door de burgemeester van de stad bevestigd dat de situatie in de gevangenis penibel is en een immense impact heeft op de goede werking van de gevangenis en het welbevinden en de veiligheid van de gedetineerden en het personeel.
De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM, en maakte dus een onmenselijke behandeling uit. De klacht is gegrond.
Klager verbleef op het moment van de zitting van de klachtencommissie niet meer in de bewuste cel en sliep niet meer op de grond. De klachtencommissie is wel van oordeel dat een tegemoetkoming passend is en kent aan klager 140 belminuten toe.
De klacht gaat over de plaatsing van klager in een cel waarin hij op de grond diende te slapen naar aanleiding van de overbevolking in de gevangenis van Gent.
Op basis van hetgeen klager beschrijft (en wat door de directie niet wordt betwist), besluit de klachtencommissie dat er in het geval van klager, wanneer hij als derde persoon in een duocel werd geplaatst, een sterk vermoeden is ontstaan dat zijn opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling. De oppervlakte van monocellen in Gent, die de facto gebruikt worden om twee dan wel drie gedetineerden in op te sluiten, bedraagt in de gevangenis van Gent namelijk 8,91 m² inclusief de sanitaire voorzieningen, zo blijkt uit twee processen-verbaal die werden opgesteld door een gerechtsdeurwaarder. Wanneer er met drie personen op dergelijke cel verbleven wordt, beschikt elk van de op de cel aanwezige gedetineerden dus over aanzienlijk minder dan 3 m² per persoon.
De directie heeft geen enkel argument aangevoerd waarmee het vermoeden van een schending van art. 3 EVRM weerlegd kan worden.
Klager haalt daarentegen wel zelf een aantal elementen aan die het vermoeden bevestigen: hij verbleef zo’n 3,5 week als grondslaper op de bewuste cel, was op dat moment niet aan het werk en had onvoldoende bewegingsvrijheid. Klager beschreef tijdens de zitting van de klachtencommissie zeer expliciet wat het betekent om te verblijven in een overbevolkte cel: de gedetineerden, die in het stapelbed slapen, kunnen niet gewoon uit bed stappen maar moeten er uit springen omdat de matras van de grondslaper het trapje van het bed blokkeert. De gedetineerden moeten ook telkens over de matras van de grondslaper lopen om naar de wc te kunnen gaan. De persoon die op de grond slaapt ligt met zijn hoofd in de richting van de wc, die is afgesloten met een gordijn dat niet lang genoeg is om de vloer te bereiken, waardoor er geen sprake is van een goed afgesloten ruimte. Die opening bevindt zich bovendien op een kleine afstand het hoofd van de grondslaper. Het overbevolkingsprobleem in de Gentse gevangenis (en bij uitbreiding in verschillende Belgische gevangenissen) is bekend en werd reeds door de burgemeester van de stad bevestigd dat de situatie in de gevangenis penibel is en een immense impact heeft op de goede werking van de gevangenis en het welbevinden en de veiligheid van de gedetineerden en het personeel.
De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM, en maakte dus een onmenselijke behandeling uit. De klacht is gegrond.
Klager verbleef op het moment van de zitting van de klachtencommissie niet meer in de bewuste cel en sliep niet meer op de grond. De klachtencommissie is wel van oordeel dat een tegemoetkoming passend is en kent aan klager 140 belminuten toe.