KC09/25-0494
Ongegrond
Gegrond
KC - Gent
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
ZORGPLICHT - CELMUTATIE - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHTBESLISSING - ARBEID
De klachten gaan over
1) het verblijf van klager in een cel met muizen
2) de afwijzing van een verzoek tot plaatsing van een extra persoon op cel
3) een voorlopige maatregel
4) een tuchtbeslissing
1) Het verblijf van klager in een cel met muizen
De directie gaf tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie aan dat door een aanbestedingsprocedure pas op 7 november 2025 opnieuw kon gestart worden met het verdelgen door een gespecialiseerde firma. Vóór 7 november werden er gedurende drie maanden geen maatregelen getroffen. De klacht, die dateert van 26 oktober 2025, werd dus ingediend op het moment dat er reeds 2,5 maanden geen verdelgingsfirma was langs geweest ter bestrijding van de muizen. De directie was op de hoogte van de problematiek, maar ondernam op het moment van de klacht te weinig stappen tegen de muizenplaag.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie, op het moment dat klager zijn klacht indiende, onvoldoende preventieve maatregelen had getroffen en onvoldoende inspanningen had geleverd om de fysieke integriteit van klager te beschermen tegen het ongedierte.
Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, zoals het gegeven dat klagers voedsel werd opgegeten en klagers dagelijkse leven ernstig leed onder de aanwezigheid van de muizen, acht de klachtencommissie de situatie waarin klager zich bevond strijdig met de zorgplicht (voortvloeiend uit artikel 5 van de Basiswet) die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.
Om deze redenen is de klacht gegrond.
2) De afwijzing van een verzoek tot plaatsing van een extra persoon op cel
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om de Albanese medegedetineerde niet op de cel van klager te plaatsen, niet onredelijk of onbillijk was. De klachtencommissie begrijpt dat het voor de directie praktisch niet mogelijk is om elk verzoek tot mutatie in te willigen. Bovendien komt het aan de directie toe om de celsamenstelling te bepalen, en niet aan een (mede)gedetineerde.
Om bovenstaande reden is de klacht ongegrond.
3) De voorlopige maatregel
De klachtencommissie stelt vast dat het weigeren van een extra persoon op cel op zich, noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in het gedrang brengt en waardoor er geen sprake is van een ersntige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust.
Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie. De klacht is dan ook gegrond.
4) De tuchtbeslissing
Klager kon, op het moment dat hem werd meegedeeld dat een vijfde persoon bij hem en zijn celgenoten zou worden geplaatst, nog niet oordelen dat de situatie hoe dan ook onwettig zou worden. Bovendien stelt klager in zijn klacht zelf dat hij en zijn celgenoten die dag een bepaalde persoon als nieuwe vierde celgenoot hadden gevraagd, in de wetenschap dat één van de vier celgenoten de dag erna zou vertrekken.
Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een vijfde persoon toe te laten op de vierpersooncel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel.
De tuchtbeslissing is niet onwettig. Gelet op het feit dat klager geen gevolg gaf aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en dit niet ontkent, acht de klachtencommissie de gegeven tuchtsanctie bovendien ook niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.
De klachten gaan over
1) het verblijf van klager in een cel met muizen
2) de afwijzing van een verzoek tot plaatsing van een extra persoon op cel
3) een voorlopige maatregel
4) een tuchtbeslissing
1) Het verblijf van klager in een cel met muizen
De directie gaf tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie aan dat door een aanbestedingsprocedure pas op 7 november 2025 opnieuw kon gestart worden met het verdelgen door een gespecialiseerde firma. Vóór 7 november werden er gedurende drie maanden geen maatregelen getroffen. De klacht, die dateert van 26 oktober 2025, werd dus ingediend op het moment dat er reeds 2,5 maanden geen verdelgingsfirma was langs geweest ter bestrijding van de muizen. De directie was op de hoogte van de problematiek, maar ondernam op het moment van de klacht te weinig stappen tegen de muizenplaag.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie, op het moment dat klager zijn klacht indiende, onvoldoende preventieve maatregelen had getroffen en onvoldoende inspanningen had geleverd om de fysieke integriteit van klager te beschermen tegen het ongedierte.
Gelet op de duur van de precaire situatie en de concrete leefomstandigheden in de cel, zoals het gegeven dat klagers voedsel werd opgegeten en klagers dagelijkse leven ernstig leed onder de aanwezigheid van de muizen, acht de klachtencommissie de situatie waarin klager zich bevond strijdig met de zorgplicht (voortvloeiend uit artikel 5 van de Basiswet) die de directie heeft ten aanzien van haar gedetineerden.
Om deze redenen is de klacht gegrond.
2) De afwijzing van een verzoek tot plaatsing van een extra persoon op cel
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing om de Albanese medegedetineerde niet op de cel van klager te plaatsen, niet onredelijk of onbillijk was. De klachtencommissie begrijpt dat het voor de directie praktisch niet mogelijk is om elk verzoek tot mutatie in te willigen. Bovendien komt het aan de directie toe om de celsamenstelling te bepalen, en niet aan een (mede)gedetineerde.
Om bovenstaande reden is de klacht ongegrond.
3) De voorlopige maatregel
De klachtencommissie stelt vast dat het weigeren van een extra persoon op cel op zich, noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in het gedrang brengt en waardoor er geen sprake is van een ersntige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust.
Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie. De klacht is dan ook gegrond.
4) De tuchtbeslissing
Klager kon, op het moment dat hem werd meegedeeld dat een vijfde persoon bij hem en zijn celgenoten zou worden geplaatst, nog niet oordelen dat de situatie hoe dan ook onwettig zou worden. Bovendien stelt klager in zijn klacht zelf dat hij en zijn celgenoten die dag een bepaalde persoon als nieuwe vierde celgenoot hadden gevraagd, in de wetenschap dat één van de vier celgenoten de dag erna zou vertrekken.
Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een vijfde persoon toe te laten op de vierpersooncel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel.
De tuchtbeslissing is niet onwettig. Gelet op het feit dat klager geen gevolg gaf aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en dit niet ontkent, acht de klachtencommissie de gegeven tuchtsanctie bovendien ook niet onredelijk.
De klacht is ongegrond.