Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0016

Ongegrond Gegrond Tegemoetkoming Onontvankelijk KC - Gent Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING

De klacht tegen de eerste (vermeende) fouillering op het lichaam wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat niet aannemelijk gemaakt wordt dat dergelijke beslissing door of namens de directie genomen werd. Klager gaf aan dat hij zich op eigen initiatief ging omkleden.

De klacht tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam die wel door de directeur genomen werd, is ontvankelijk en gegrond, omdat ze geen enkele reden of aanwijzing bevat waarom klager in het bezit zou zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie vernietigt de beslissing en kent aan klager een tegemoetkoming van een extra wandeling toe.

De klacht tegen de voorlopige maatregel is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie is van oordeel dat de vondst van een pakketje met verboden substanties geen ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid inhield, aangezien noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in gevaar kwam. De klachtencommissie ziet geen reden waarom het verplicht verblijf op de cel noodzakelijk was wanneer de betrokken voorwerpen in beslag werden genomen.

De klacht tegen de tuchtbeslissing is ontvankelijk, maar ongegrond. De directie oordeelde op basis van de kenmerkende geur en samenstelling van de aangetroffen substanties dat het om drugs ging. Wanneer de vaststellingen precies zijn, beambten en directie ervaren zijn in het herkennen en gebruik van drugs, en er geen tegenindicaties zijn die leiden tot gerede twijfel over de vaststellingen, kan de gevangenisdirecteur, ook zonder over onomstotelijk bewijs over de aard van een verdachte substantie te beschikken, ervan uit gaan dat het om door of krachtens de wet verboden substanties gaat en overgaan tot het tuchtrechtelijk sanctioneren van een gedetineerde die in het bezit is van dergelijke verdachte substantie. Uit de stukken blijkt dat klager de verboden substanties buiten de gevangenis heeft verkregen en deze de inrichting wilde binnenbrengen. De klachtencommissie ziet geen psychiatrische problematiek denkbaar die dit gedrag kan verklaren of verschonen. Bijgevolg meent de klachtencommissie dat de tuchtrechtelijke inbreuk aan klager kan worden toegerekend, ondanks zijn interneringsstatuut.