Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0095

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEINTERNEERDE - MOTIVERING

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.

Klager werd gesanctioneerd met 14 dagen individuele wandeling. De directie kwalificeerde de feiten, m.n. het ontvangen van iets met een doorgeeflint, als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ .

De directie verwijst wat betreft de toerekenbaarheid van de feiten aan klager naar zijn alerte toestand op het moment van de tuchtrechtelijke hoorzitting en zijn verklaringen op dat moment. De klachtencommissie stelt vast dat klager niet aanwezig was op de hoorzitting. Dat klager weigerde te verschijnen, wordt ook in het verweer van de directie vermeld. Klager legde dus geen verklaringen af. Enkel zijn advocaat nam het woord en wees op het interneringsstatuut van zijn cliënt. Door in haar beslissing naar klagers vermeende houding en verklaringen ter zitting te verwijzen, gebruikte de directie dus een vaststelling die niet met de werkelijkheid overeenkomt. Ze motiveerde de toerekenbaarheid van klager op geen enkele andere manier.

De klachtencommissie wenst daarnaast te herhalen dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten.

De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.

De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Zij draagt de directie op de tuchtsanctie onmiddellijk stop te zetten en elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen.