Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0127

Gegrond KC - Gent Klachtencommissie Andere beslissing directeur
CEL

De klachtencommissie stelt vast dat er in dit geval wel degelijk een sterk vermoeden is dat klager zijn opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling. Een quatrocel heeft in de gevangenis van Gent namelijk een totale oppervlakte van 18 m².

Het sterk vermoeden van een schending van art. 3 EVRM kan volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens weerlegd worden indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. De inperkingen van de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3 m² zijn kort, incidenteel en gering;
2. De inperkingen gaan gepaard met voldoende bewegingsvrijheid en activiteiten buiten de cel;
3. De gedetineerde is opgesloten in een in het algemeen geschikt bevonden detentie-inrichting en er zijn geen andere verzwarende omstandigheden aan zijn of haar detentie.

De klachtencommissie is van oordeel dat het vermoeden in dit geval niet door de directie weerlegd kan worden.

Uit het relaas van klager is duidelijk dat klager ongeveer anderhalve maand op de grond diende te slapen. Tijdens deze periode had klager geen werk en kon niet altijd genieten van de dagelijkse wandelmomenten. Aldus verbleef hij het grootste deel van deze tijd in de cel.