TUCHT - BEWIJS - FOUILLE LICHAAM - CELCONTROLE - VERBODEN SUBSTANTIES
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van hasj en een gsm. De klachtencommissie oordeelt dat de tuchtbeslissing enkel standhoudt wat het bezit van hasj betreft.
De fouille op het lichaam en de celcontrole die leidden tot de vondst van hasj, gebeurden door de politie, zonder voorafgaande beslissing van de directie, en waren daarom onregelmatig. Die onregelmatigheid leidt evenwel niet automatisch tot bewijsuitsluiting. De klachtencommissie zoekt aansluiting bij de Antigoon-rechtspraak van het Hof van Cassatie en oordeelt dat onrechtmatig verkregen bewijs slechts moet worden uitgesloten indien de wet daarin voorziet, de betrouwbaarheid van het bewijs is aangetast of het recht op een eerlijke tuchtprocedure onherstelbaar is geschonden. Geen van die gevallen doet zich voor. De vaststellingen zijn betrouwbaar en de rechten van verdediging van klager werden geëerbiedigd.
De klachtencommissie vernietigt daarentegen de tuchtinbreuk betreffende het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Het rapport aan de directeur van 3 juni 2026, waarop deze tuchtinbreuk steunt, ontbreekt volledig in het administratief dossier. Omdat het RAD een essentieel stuk vormt voor de wettigheid van de tuchtprocedure, wordt de afwezigheid ervan gelijkgesteld met een gebrek aan deugdelijke motivering.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De verwijzingen naar het ontbrekende rapport, het bezit van een gsm en een foutieve verwijzing naar “de wandeling” worden uit de tuchtbeslissing geschrapt en moeten ook uit het tuchtregister worden verwijderd. Voor het overige blijft de beslissing behouden. De opgelegde sanctie van 30 dagen ATV blijft mogelijk op basis van de bewezen tuchtinbreuk van het bezit van verboden substanties alleen.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van hasj en een gsm. De klachtencommissie oordeelt dat de tuchtbeslissing enkel standhoudt wat het bezit van hasj betreft.
De fouille op het lichaam en de celcontrole die leidden tot de vondst van hasj, gebeurden door de politie, zonder voorafgaande beslissing van de directie, en waren daarom onregelmatig. Die onregelmatigheid leidt evenwel niet automatisch tot bewijsuitsluiting. De klachtencommissie zoekt aansluiting bij de Antigoon-rechtspraak van het Hof van Cassatie en oordeelt dat onrechtmatig verkregen bewijs slechts moet worden uitgesloten indien de wet daarin voorziet, de betrouwbaarheid van het bewijs is aangetast of het recht op een eerlijke tuchtprocedure onherstelbaar is geschonden. Geen van die gevallen doet zich voor. De vaststellingen zijn betrouwbaar en de rechten van verdediging van klager werden geëerbiedigd.
De klachtencommissie vernietigt daarentegen de tuchtinbreuk betreffende het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Het rapport aan de directeur van 3 juni 2026, waarop deze tuchtinbreuk steunt, ontbreekt volledig in het administratief dossier. Omdat het RAD een essentieel stuk vormt voor de wettigheid van de tuchtprocedure, wordt de afwezigheid ervan gelijkgesteld met een gebrek aan deugdelijke motivering.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De verwijzingen naar het ontbrekende rapport, het bezit van een gsm en een foutieve verwijzing naar “de wandeling” worden uit de tuchtbeslissing geschrapt en moeten ook uit het tuchtregister worden verwijderd. Voor het overige blijft de beslissing behouden. De opgelegde sanctie van 30 dagen ATV blijft mogelijk op basis van de bewezen tuchtinbreuk van het bezit van verboden substanties alleen.