KC10/21-0049
Gegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - BEVOEGDHEID - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING
Een beslissing tot het nemen van een IBVR is geen beslissing die door de gevangenisdirectie wordt genomen, maar een beslissing van de directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn gemachtigde. De klacht is onontvankelijk.
De Klachtencommissie ziet in de motivering van de BVM vooral elementen die te maken hebben met de voorafgaande tuchtbeslissing. De Klachtencommissie ziet in de motivering géén ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde en de veiligheid zoals vereist door artikel 110 §1 van de Basiswet. De directie lijkt zich op dit punt vooral ‘vragen te stellen’ over een eventueel onderliggende (psychotische) pathologie, en maakt melding van ‘incoherente gedachtengangen’ en ‘fantasmatische uitlatingen’ maar motiveert daarbij niet wat daarbij precies de ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid zijn. De klacht is gegrond. De BVM wordt vernietigd.
Een beslissing tot het nemen van een IBVR is geen beslissing die door de gevangenisdirectie wordt genomen, maar een beslissing van de directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn gemachtigde. De klacht is onontvankelijk.
De Klachtencommissie ziet in de motivering van de BVM vooral elementen die te maken hebben met de voorafgaande tuchtbeslissing. De Klachtencommissie ziet in de motivering géén ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde en de veiligheid zoals vereist door artikel 110 §1 van de Basiswet. De directie lijkt zich op dit punt vooral ‘vragen te stellen’ over een eventueel onderliggende (psychotische) pathologie, en maakt melding van ‘incoherente gedachtengangen’ en ‘fantasmatische uitlatingen’ maar motiveert daarbij niet wat daarbij precies de ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid zijn. De klacht is gegrond. De BVM wordt vernietigd.