KC10/22-0056
Onontvankelijk
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - GEZONDHEID - KLACHTENPROCEDURE
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet). Klager klaagt over een beslissing van 4 juli 2022. Er werd op die dag door de directeur geen beslissing genomen ten aanzien van klager. De klachtencommissie weet uit dossier KC10/22-0049 dat klager op die dag op consult ging bij de dokter. De klacht handelt in feite dan ook over een medische beslissing en niet over een beslissing van de directeur, ook al voert klager aan dat de dokter deze beslissing nam op aansturen van de directie. Er is in het voorliggend dossier dan ook geen sprake van een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Volgens de klachtencommissie handelt de klacht in feite opnieuw over het oorspronkelijke afnemen van de krukken. De klachtencommissie deed hierover al uitspraak in KC10/22-0049. Indien klager het niet eens was met de beslissing van de klachtencommissie in KC10/22-0049, waarin geoordeeld werd dat er geen sprake was van een beslissing van de directeur, had hij tegen deze beslissing in beroep moeten gaan bij de beroepscommissie.
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen (artikel 148 Basiswet). Klager klaagt over een beslissing van 4 juli 2022. Er werd op die dag door de directeur geen beslissing genomen ten aanzien van klager. De klachtencommissie weet uit dossier KC10/22-0049 dat klager op die dag op consult ging bij de dokter. De klacht handelt in feite dan ook over een medische beslissing en niet over een beslissing van de directeur, ook al voert klager aan dat de dokter deze beslissing nam op aansturen van de directie. Er is in het voorliggend dossier dan ook geen sprake van een beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Volgens de klachtencommissie handelt de klacht in feite opnieuw over het oorspronkelijke afnemen van de krukken. De klachtencommissie deed hierover al uitspraak in KC10/22-0049. Indien klager het niet eens was met de beslissing van de klachtencommissie in KC10/22-0049, waarin geoordeeld werd dat er geen sprake was van een beslissing van de directeur, had hij tegen deze beslissing in beroep moeten gaan bij de beroepscommissie.