TUCHT - MOTIVERING - SANCTIE
In het voorliggend dossier stelt de klachtencommissie vast dat de tuchtbeslissing door de directie vernietigd werd na vaststelling van een administratieve fout, ten gevolge waarvan de sanctie die mondeling werd opgelegd zou verschillen van de sanctie zoals vermeld in de tuchtbeslissing. De gedetineerde wordt binnen de 24 uur mondeling en schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing en van de beweegredenen waarop zij steunt (artikel 144 §7 Basiswet). De beslissing is uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht (artikel 144 §8 Basiswet). Het is niet ongebruikelijk dat de directie reeds ter tuchtzitting een tuchtsanctie uitspreekt. Dit blijkt dan doorgaans ook uit het verslag van de tuchtzitting. In voorliggend dossier is dit niet het geval, doch het is de directie zelf die, tijdens de zitting van de klachtencommissie, stelt dat ze mondeling een andere sanctie had uitgesproken. De bestreden tuchtbeslissing van 5 augustus 2022 is dan ook niet conform hetgeen er mondeling aan klager werd opgelegd. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe. Aangezien de tuchtsanctie nooit tot uitvoering kwam, is er geen sprake van “gevolgen van de vernietigde beslissing die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden” zoals vereist door artikel 158 §4, tweede lid Basiswet.
In het voorliggend dossier stelt de klachtencommissie vast dat de tuchtbeslissing door de directie vernietigd werd na vaststelling van een administratieve fout, ten gevolge waarvan de sanctie die mondeling werd opgelegd zou verschillen van de sanctie zoals vermeld in de tuchtbeslissing. De gedetineerde wordt binnen de 24 uur mondeling en schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing en van de beweegredenen waarop zij steunt (artikel 144 §7 Basiswet). De beslissing is uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht (artikel 144 §8 Basiswet). Het is niet ongebruikelijk dat de directie reeds ter tuchtzitting een tuchtsanctie uitspreekt. Dit blijkt dan doorgaans ook uit het verslag van de tuchtzitting. In voorliggend dossier is dit niet het geval, doch het is de directie zelf die, tijdens de zitting van de klachtencommissie, stelt dat ze mondeling een andere sanctie had uitgesproken. De bestreden tuchtbeslissing van 5 augustus 2022 is dan ook niet conform hetgeen er mondeling aan klager werd opgelegd. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe. Aangezien de tuchtsanctie nooit tot uitvoering kwam, is er geen sprake van “gevolgen van de vernietigde beslissing die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden” zoals vereist door artikel 158 §4, tweede lid Basiswet.