Ga verder naar de inhoud

KC10/22-0086

Gegrond Onontvankelijk KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - TERMIJN - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE

De tuchtbeslissing dateert van 7 september 2022. De klacht werd opgesteld op 30 september 2022. De klachtencommissie ziet in het dossier geen elementen die er op wijzen dat de klager zo snel als mogelijk heeft getracht klacht in te dienen tegen deze tuchtbeslissing en ziet dus geen reden om de termijn van zeven dagen soepel te interpreteren zoals voorzien wordt in artikel 150 §2 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.

De ontslagbeslissing dateert van 17 september 2022. De klacht werd opgesteld op 30 september 2022. Het feit dat de bestreden ontslagbeslissing géén melding maakt van mogelijkheid om klacht in te dienen bij de klachtencommissie zorgt er echter voor dat de indieningstermijn van 7 dagen geen aanvang heeft genomen, zodat de klacht toch moet beschouwd worden als zijnde tijdig ingediend. De klacht is ontvankelijk. De directie oordeelde dat klager niet langer geschikt was voor het uitoefenen van een functie in de keuken op basis van de volgende reden: “Gelet op het feit dat betrokkene in het bezit was van speed.” De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie op basis van het aantreffen van een verboden substantie zou overgaan tot het ontslag van een gedetineerde uit een functie die een bepaalde mate van vertrouwen vereist. Volgens het verweer van de directie is dit verlies van vertrouwen ook de reden waarom klager uit haar functie werd ontslaan. De klachtencommissie vindt de motivering echter gebrekkig omdat de directie dit verlies van vertrouwen niet als reden aanhaalt, maar louter verwijst naar het aantreffen van de verboden substantie. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat klager voor een tweede keer gesanctioneerd wordt voor de verboden substantie (terwijl ze hiervoor al een tuchtsanctie onderging). Uit de klacht blijkt ook dat klager dit als zodanig gepercipieerd heeft. De motivering zoals gegeven door de directeur stelt klager niet in de mogelijkheid om de reden van haar ontslag te begrijpen. De motivering zoals bovenaan op het formulier gegeven door het personeelslid maakt wél melding van de vertrouwensbreuk, doch een ontslagbeslissing is een exclusieve bevoegdheid van de directeur, zodat met dat deel van het ontslagformulier geen rekening kan worden gehouden in het kader van de toetsing van de beslissing van de directeur aan artikel 8 Basiswet. De motivering van de ordemaatregel is niet in overeenstemming met artikel 8 Basiswet. Tot slot wijst de klachtencommissie erop dat het twijfelachtig is of het wel de directeur is geweest die de eigenlijke ontslagbeslissing heeft genomen. Dit wordt enkel vermoed door het feit dat de onderste kader op het ontslagformulier de titel “beslissing directeur” draagt. Het is echter onduidelijk aan wie de handtekening onderaan het formulier toebehoort. Bovendien verwijst klager in haar klacht ook meermaals naar de ontslagbeslissing van 16 september 2022, hetgeen in feite slechts het ‘voorstel tot ontslag’ van een personeelslid betreft. Het is onduidelijk waarom dergelijk voorstel reeds aan de gedetineerde werd meegedeeld alvorens de directeur de finale (en enige rechtsgeldige) beslissing nam. De klacht is gegrond. De directie moet binnen de 7 dagen volgend op de betekening een nieuwe beslissing nemen, rekening houdend met deze uitspraak.