Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0004

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - KWALIFICATIE

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt naar aanleiding van een celcontrole in de cel van klager. Er werden verschillende verboden voorwerpen gevonden. Er werd een tweede rapport opgemaakt omdat klager zich arrogant en dreigend opstelde naar een personeelslid dat eerder die dag een RAD had opgemaakt wegens de vondst van verboden voorwerpen bij de celcontrole. In de tuchtbeslissing werden de inbreuken bewezen verklaard en gekwalificeerd als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.

De klachtencommissie heeft kennis genomen van de twee rapporten uit het tuchtdossier. De klachtencommissie meent dat deze rapporten uitgebreide en gedetailleerde vaststellingen bevatten. Bovendien werden beide rapporten ondertekend door verschillende getuigen. De klachtencommissie is verder van oordeel dat klager op de tuchthoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht die aantonen dat de vaststellingen van het personeel inzake de beledigingen niet correct zouden zijn. De klachtencommissie  ziet dan ook geen reden  waarom  de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet  enkel had  mogen  steunen op de rapporten. Bovendien heeft klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting toegegeven dat hij in het bezit was van een Iphone, van messen en van opgespaarde medicatie. De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken.

De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur, op basis van de vaststellingen in het rapport en de verklaringen van klager tijdens de zitting, de feiten niet kon kwalificeren als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Deze tuchtinbreuk slaat immers op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. Dat was in casu niet het geval. De messen die op de cel van klager werden gevonden zijn blanke wapens die vrij verkrijgbaar zijn in de samenleving en zijn dus geen verboden wapens volgens de wapenwetgeving. Ook de opgespaarde medicatie is niet verboden in de vrije samenleving. Deze voorwerpen zijn echter niet toegelaten in de gevangenis op basis van het huishoudelijk reglement. Het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen is echter een tuchtinbreuk van tweede categorie. Het bezit van de Iphone diende daarentegen gekwalificeerd te worden als het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een inbreuk van eerste categorie.

De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en de feiten gekwalificeerd dienen te worden als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.

De klacht is gedeeltelijk gegrond.