TUCHT - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - TEGEMOETKOMING
De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD dat opgesteld werd op 13.01.2023. De adjudant liet op 11.01.2023 de tuchtbeslissing, genomen naar aanleiding van eerdere feiten (het uiten van bedreigingen ten aanzien van een vrouwelijk personeelslid), betekenen aan klager (zie dossier KC10/23-0009). Klager was volgens het rapport misnoegd dat hij drie dagen ATV had gekregen want volgens hem had hij geen bedreigingen geuit naar het personeelslid. Bij de betekening van de tuchtbeslissing sprak klager de woorden: wacht maar tot ik buiten ben, dan zal ze wel zien. Opsteller zei dat hij nu opnieuw bedreigingen uitte naar het personeelslid. Volgens klager waren dit geen bedreigingen. De directeur nam op 14.01.2023 kennis van het rapport en hoorde klager en zijn raadsman tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 18.01.2023.
Gelet op het ontbreken van de vermelding op het RAD van de aanwezigheid van getuigen en het tijdsverloop tussen het voorval en de opmaak van het rapport, meent de klachtencommissie dat de feitenvinding niet zorgvuldig gebeurde en dat de directie haar appreciatiebevoegdheid niet op een zorgvuldige wijze heeft uitgeoefend. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de psychische integriteit van het personeelslid niet aangetast kon zijn nu de vermeende bedreigingen niet rechtstreeks aan haar adres werden geuit en het niet eens zeker is dat het personeelslid (onrechtstreeks) ooit weet heeft gehad van de uitgesproken bedreigingen. De klachtencommissie besluit dat de directie niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent aan klager zeven extra uren fitness toe.
De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD dat opgesteld werd op 13.01.2023. De adjudant liet op 11.01.2023 de tuchtbeslissing, genomen naar aanleiding van eerdere feiten (het uiten van bedreigingen ten aanzien van een vrouwelijk personeelslid), betekenen aan klager (zie dossier KC10/23-0009). Klager was volgens het rapport misnoegd dat hij drie dagen ATV had gekregen want volgens hem had hij geen bedreigingen geuit naar het personeelslid. Bij de betekening van de tuchtbeslissing sprak klager de woorden: wacht maar tot ik buiten ben, dan zal ze wel zien. Opsteller zei dat hij nu opnieuw bedreigingen uitte naar het personeelslid. Volgens klager waren dit geen bedreigingen. De directeur nam op 14.01.2023 kennis van het rapport en hoorde klager en zijn raadsman tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 18.01.2023.
Gelet op het ontbreken van de vermelding op het RAD van de aanwezigheid van getuigen en het tijdsverloop tussen het voorval en de opmaak van het rapport, meent de klachtencommissie dat de feitenvinding niet zorgvuldig gebeurde en dat de directie haar appreciatiebevoegdheid niet op een zorgvuldige wijze heeft uitgeoefend. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de psychische integriteit van het personeelslid niet aangetast kon zijn nu de vermeende bedreigingen niet rechtstreeks aan haar adres werden geuit en het niet eens zeker is dat het personeelslid (onrechtstreeks) ooit weet heeft gehad van de uitgesproken bedreigingen. De klachtencommissie besluit dat de directie niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk.
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent aan klager zeven extra uren fitness toe.