Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0026

Gegrond Tegemoetkoming KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - TEGEMOETKOMING

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het RAD dat werd opgemaakt op 27.01.2023. Klager zorgde voor lawaaihinder terwijl ze haar muren van haar cel aan het beschilderen was. Daarbij verklaarde ze dat ze iets had ingenomen dat ze op de wandeling had gevonden waardoor ze licht in haar hoofd was. De klachtencommissie stelt vast dat de directeur pas kennisnam van het RAD op 02.02.2023. De Basiswet bepaalt dat de opsteller van het RAD, het rapport zo spoedig mogelijk aan de directeur bezorgt. Collectieve Brief nr. 124 van 6 september 2013 vult deze bepaling restrictiever in en schrijft voor: “Wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt, of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, stelt hij/zij een rapport op voor de directeur en bezorgt het hem zo spoedig mogelijk, en ten laatste binnen twee dagen, behalve wanneer een voorlopige maatregel wordt opgelegd.” De klachtencommissie stelt vast dat in het tuchtdossier geen verklaring wordt gegeven voor de verstreken periode tussen de opmaak van het RAD en de kennisname van het RAD door de directeur. Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt de klachtencommissie vast dat de raadsman van klager deze vraag ook heeft gesteld aan de directeur, doch deze bleef onbeantwoord.

De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing werd genomen in strijd met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift. Bovendien meent de klachtencommissie dat afbreuk werd gedaan aan een zorgvuldige bewijsverzameling en -waardering door deze periode te laten verstrijken zonder dat hier een verklaring voor werd gegeven. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing werd vernietigd. De klachtencommissie kent aan klager één extra videobezoek toe als tegemoetkoming.