TUCHT - SANCTIE - PROPORTIONALITEIT
Gelet op de verklaring van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting waarbij zij toegeeft dat zij buiten proportie reageerde en de vaststelling over de duw in het uitgebreide RAD dat bovendien ondertekend werd door drie beambten, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken van eerste categorie, de opzettelijke aantasting van de fysieke en psychische integriteit van personen. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig was. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtregister van klager waaruit blijkt dat zij, zoals haar raadsman opwierp tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, nog geen tuchtsanctie heeft opgelopen. Bij het bepalen van de straf heeft de directie rekening gehouden met verzachtende omstandigheden, zijnde de persoonlijke situatie van klager maar werd ook de omstandigheid dat de feiten een serieuze impact hebben gehad op het personeelslid (omdat blijkbaar dit personeelslid eerder het slachtoffer van agressie is geweest) in rekening gebracht. Dit laatste gegeven is echter een element dat niet aan klager kan worden toegerekend en dus ten onrechte werd betrokken bij het bepalen van de omvang van de sanctie. De klachtencommissie is van oordeel dat, rekening houdend met het niet zo zware vergrijp, het blanco tuchtregister, de verzachtende omstandigheden en het schuldinzicht, zoals blijkt uit de verklaringen afgelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, de tuchtsanctie te zwaar is en dus onredelijk is.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing werd vernietigd in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan vijftien dagen ATV werd bepaald.
Gelet op de verklaring van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting waarbij zij toegeeft dat zij buiten proportie reageerde en de vaststelling over de duw in het uitgebreide RAD dat bovendien ondertekend werd door drie beambten, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken van eerste categorie, de opzettelijke aantasting van de fysieke en psychische integriteit van personen. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig was. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtregister van klager waaruit blijkt dat zij, zoals haar raadsman opwierp tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, nog geen tuchtsanctie heeft opgelopen. Bij het bepalen van de straf heeft de directie rekening gehouden met verzachtende omstandigheden, zijnde de persoonlijke situatie van klager maar werd ook de omstandigheid dat de feiten een serieuze impact hebben gehad op het personeelslid (omdat blijkbaar dit personeelslid eerder het slachtoffer van agressie is geweest) in rekening gebracht. Dit laatste gegeven is echter een element dat niet aan klager kan worden toegerekend en dus ten onrechte werd betrokken bij het bepalen van de omvang van de sanctie. De klachtencommissie is van oordeel dat, rekening houdend met het niet zo zware vergrijp, het blanco tuchtregister, de verzachtende omstandigheden en het schuldinzicht, zoals blijkt uit de verklaringen afgelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, de tuchtsanctie te zwaar is en dus onredelijk is.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De tuchtbeslissing werd vernietigd in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan vijftien dagen ATV werd bepaald.