TUCHT - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - BEWIJS
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omdat opsteller meende dat klager zich obsceen tegenover haar gedroeg terwijl hij zich in zijn onderbroek aan het kraantje op de wandeling stond te wassen. Klager ontkende tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting in alle toonaarden. De directeur legde toch een voorwaardelijke tuchtsanctie op van vijf dagen individuele wandeling wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen. Hoewel de directeur in de tuchtbeslissing expliciet heeft toegegeven dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen konden worden in hoofde van klager, werd toch een (voorwaardelijke) tuchtsanctie opgelegd. De klachtencommissie besluit dat de tuchtbeslissing werd genomen in strijd met de Basiswet en het vermoeden van onschuld. De klacht is bijgevolg gegrond, hetgeen ook niet betwist wordt door het inrichtingshoofd.
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt omdat opsteller meende dat klager zich obsceen tegenover haar gedroeg terwijl hij zich in zijn onderbroek aan het kraantje op de wandeling stond te wassen. Klager ontkende tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting in alle toonaarden. De directeur legde toch een voorwaardelijke tuchtsanctie op van vijf dagen individuele wandeling wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen. Hoewel de directeur in de tuchtbeslissing expliciet heeft toegegeven dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen konden worden in hoofde van klager, werd toch een (voorwaardelijke) tuchtsanctie opgelegd. De klachtencommissie besluit dat de tuchtbeslissing werd genomen in strijd met de Basiswet en het vermoeden van onschuld. De klacht is bijgevolg gegrond, hetgeen ook niet betwist wordt door het inrichtingshoofd.