KC10/23-0119
Ongegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
CELMUTATIE - PROPORTIONALITEIT
Klager wil niet langer op sectie 20 verblijven. Hij meent dat hier geen reden meer voor is en bovendien durft hij niet deel te nemen aan de wandeling van sectie 20 omdat hij zich daar bedreigd voelt door andere gedetineerden. De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld in de Basiswet. Deze beslissing moet dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. In principe kan men zulke beslissing zelfs mondeling nemen en moet ze nadien niet noodzakelijk in een schriftelijke beslissing verankerd worden. De directie beslist dus op discretionaire wijze op welke vleugel een gedetineerde verblijft. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing.
Volgens het verweer van de directie werd klager op sectie 20 geplaatst omdat hij uit de gevangenis van Dendermonde werd overgebracht omwille van een ernstig agressie-incident. Op het moment van de indiening van zijn klacht verbleef hij zes dagen op sectie 20. Het klachtenbureau verklaarde aan de klachtencommissie dat klager zelf had bevestigd dat hij al die tijd van het normale regime op sectie 20 kon genieten, net zoals de andere gedetineerden. Het enige probleem dat zich stelde, was dat klager zich bedreigd voelde op de specifieke wandeling die toegewezen is aan sectie 20 en waarop hij bedreigd zou zijn geweest door andere gedetineerden. Volgens het klachtenbureau zou de directie dit inmiddels hebben opgelost door klager deel te laten maken van een andere wandeling waarbij hij niet meer in contact kan komen met de vermeende personen die hem bedreigden. Tenslotte werd aan klager meegedeeld dat hij nog even wat geduld moet hebben vooraleer hij naar een andere sectie kan worden overgeplaatst aangezien hij op een monocel dient te verblijven en dit geen sinecure is gelet op de overbevolking en het toenemende aantal gedetineerden die ook op een monocel moeten verblijven.
Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de plaatsing op sectie 20 niet onredelijk en onbillijk was en dat de directie bovendien inspanningen levert om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van klager. De klacht is ongegrond.
Klager wil niet langer op sectie 20 verblijven. Hij meent dat hier geen reden meer voor is en bovendien durft hij niet deel te nemen aan de wandeling van sectie 20 omdat hij zich daar bedreigd voelt door andere gedetineerden. De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld in de Basiswet. Deze beslissing moet dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. In principe kan men zulke beslissing zelfs mondeling nemen en moet ze nadien niet noodzakelijk in een schriftelijke beslissing verankerd worden. De directie beslist dus op discretionaire wijze op welke vleugel een gedetineerde verblijft. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing.
Volgens het verweer van de directie werd klager op sectie 20 geplaatst omdat hij uit de gevangenis van Dendermonde werd overgebracht omwille van een ernstig agressie-incident. Op het moment van de indiening van zijn klacht verbleef hij zes dagen op sectie 20. Het klachtenbureau verklaarde aan de klachtencommissie dat klager zelf had bevestigd dat hij al die tijd van het normale regime op sectie 20 kon genieten, net zoals de andere gedetineerden. Het enige probleem dat zich stelde, was dat klager zich bedreigd voelde op de specifieke wandeling die toegewezen is aan sectie 20 en waarop hij bedreigd zou zijn geweest door andere gedetineerden. Volgens het klachtenbureau zou de directie dit inmiddels hebben opgelost door klager deel te laten maken van een andere wandeling waarbij hij niet meer in contact kan komen met de vermeende personen die hem bedreigden. Tenslotte werd aan klager meegedeeld dat hij nog even wat geduld moet hebben vooraleer hij naar een andere sectie kan worden overgeplaatst aangezien hij op een monocel dient te verblijven en dit geen sinecure is gelet op de overbevolking en het toenemende aantal gedetineerden die ook op een monocel moeten verblijven.
Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de plaatsing op sectie 20 niet onredelijk en onbillijk was en dat de directie bovendien inspanningen levert om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van klager. De klacht is ongegrond.