KC10/23-0131
Gegrond
KC - Hasselt
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEZOEK
Op basis van de dossierstukken, stelt de klachtencommissie vast dat klager een aanvraag heeft ingediend om ongestoord bezoek te krijgen met een medegedetineerde waarmee ze sinds vier maanden een relatie zou hebben. Haar partner diende zijn aanvraag ook in. Bezoek tussen gedetineerden (intern bezoek) is onderworpen aan de algemene regels voor gewoon bezoek en ongestoord bezoek. Bijgevolg moet de directie een aanvraag van een gedetineerde om ongestoord bezoek te krijgen met een medegedetineerde op dezelfde manier beoordelen als een aanvraag voor ongestoord bezoek met een niet-gedetineerde.
Een niet-samenwonende partner wordt pas toegelaten tot het ongestoord bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. Het Koninklijk Besluit van 8 april 2011 dat de bepalingen van de Basiswet over het bezoek verder uitwerkt, schrijft voor dat de directeur binnen één maand na de ontvangst van de aanvragen van de gedetineerde en de bezoeker een schriftelijke en gemotiveerde beslissing moet nemen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer heeft toegegeven dat de aanvragen van klager en haar partner onbeantwoord zijn gebleven. Gelet op het verzuim van de directie om binnen een wettelijke termijn een beslissing te nemen, is de klacht van klager ontvankelijk. Gelet op de schending van een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift en bij gebreke aan opgegeven redenen waardoor het verzuim redelijk en billijk was, besluit de klachtencommissie dat de klacht van klager gegrond is. De klachtencommissie is van oordeel dat het verweer van de directie niet beschouwd kan worden als een antwoord op de aanvraag van klager. De klachtencommissie draagt de directeur daarom op om binnen de veertien dagen na de betekening van de uitspraak van de klachtencommissie alsnog een officiële beslissing te nemen over de aanvraag voor ongestoord bezoek van klager.
Op basis van de dossierstukken, stelt de klachtencommissie vast dat klager een aanvraag heeft ingediend om ongestoord bezoek te krijgen met een medegedetineerde waarmee ze sinds vier maanden een relatie zou hebben. Haar partner diende zijn aanvraag ook in. Bezoek tussen gedetineerden (intern bezoek) is onderworpen aan de algemene regels voor gewoon bezoek en ongestoord bezoek. Bijgevolg moet de directie een aanvraag van een gedetineerde om ongestoord bezoek te krijgen met een medegedetineerde op dezelfde manier beoordelen als een aanvraag voor ongestoord bezoek met een niet-gedetineerde.
Een niet-samenwonende partner wordt pas toegelaten tot het ongestoord bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. Het Koninklijk Besluit van 8 april 2011 dat de bepalingen van de Basiswet over het bezoek verder uitwerkt, schrijft voor dat de directeur binnen één maand na de ontvangst van de aanvragen van de gedetineerde en de bezoeker een schriftelijke en gemotiveerde beslissing moet nemen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar verweer heeft toegegeven dat de aanvragen van klager en haar partner onbeantwoord zijn gebleven. Gelet op het verzuim van de directie om binnen een wettelijke termijn een beslissing te nemen, is de klacht van klager ontvankelijk. Gelet op de schending van een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift en bij gebreke aan opgegeven redenen waardoor het verzuim redelijk en billijk was, besluit de klachtencommissie dat de klacht van klager gegrond is. De klachtencommissie is van oordeel dat het verweer van de directie niet beschouwd kan worden als een antwoord op de aanvraag van klager. De klachtencommissie draagt de directeur daarom op om binnen de veertien dagen na de betekening van de uitspraak van de klachtencommissie alsnog een officiële beslissing te nemen over de aanvraag voor ongestoord bezoek van klager.