Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0166

Gegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE

Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld over klager. Bij terugkomst op sectie na haar werk in het personeelsrestaurant bleef de metaaldetectieportiek, telkens klager deze passeerde, een alarmsignaal afgeven. Oorzaak voor het signaal bleek de jas van klager waarin een afgeplakt zoutpotje, afkomstig van het personeelsrestaurant, werd gevonden. Klager ontkende het zoutvatje te hebben meegenomen en verklaarde dat dit per ongeluk in haar jaszak moet geraakt zijn. De directie nam kennis van het RAD en van de vraag tot ontslag van de verantwoordelijke van het personeelsrestaurant. De directie kwam tot het besluit dat het gedrag van klager, namelijk diefstal tijdens de tewerkstelling, had geleid tot een vertrouwensbreuk waardoor de verdere tewerkstelling in het personeelsrestaurant, hetgeen een vertrouwensfunctie is, niet langer wenselijk was. De directie besloot om klager te ontslaan.

De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de vastgestelde feiten terecht kon afleiden dat klager de intentie had het zoutpotje te ontvreemden en dus in redelijkheid en billijkheid en conform de dienstnota van 18.06.2015 tot het ontslag van klager kon besluiten. De klachtencommissie merkt weliswaar op dat in strijd met de dienstnota, nergens in de bestreden beslissing vermeld staat dat klager niet achteraan de wachtlijst werd geplaatst. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en bepaalt dat klager conform de dienstnota ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Voor het overige blijft de ontslagbeslissing bestaan.