Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0015

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Volgens het RAD had klager bij zijn terugkomst van het videobezoek zijn rolstoel laten staan op het tussenverdiep en kwam hij met slaande grillen terug op sectie. De opsteller van het RAD zou meermaals aan klager hebben gevraagd om de rust op sectie te bewaren maar klager zou dit genegeerd hebben en zou met veel geroep naar zijn cel teruggekeerd zijn. Wanneer de opsteller de cel van klager wou gaan sluiten, zou klager gedreigd hebben om een stoel naar hem te gooien. Hij riep en gooide de celdeur dicht. Vervolgens probeerde ook de kwartierchef om klager te kalmeren hetgeen niet lukte. Ook tegenover de kwartierchef riep klager en dreigde hij met het gooien van een stoel. De deur werd gesloten om verdere escalatie te vermijden. Tijdens de etensbedeling heeft klager zich geëxcuseerd. Op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, stelt de klachtencommissie vast dat klager net zoals in zijn klacht, zijn reactie niet ontkende. Klager meent echter dat de beambte hem op de zenuwen bleef werken en geen begrip had voor de emoties die klager op dat moment voelde omwille van het nakende overlijden van zijn vader. Gelet op de ordeverstoring en de dreiging met fysiek geweld naar het personeel zoals vastgesteld in het RAD, sanctioneerde de directie klager wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee en de opzettelijke aantasting van de orde, beiden tuchtrechtelijke inbreuken van eerste categorie.

Gelet op zijn verklaringen tijdens de hoorzitting en in zijn klacht, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De emotionele staat waarin klager zich bevond en de manier waarop de beambte hiermee om ging, was geen rechtvaardiging voor het gedrag van klager. Dit zijn wel belangrijke elementen in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van twintig dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie meent op basis van de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie verzachtende omstandigheden heeft aangenomen waardoor zij een milde sanctie heeft opgelegd in vergelijking met de ernst van inbreuk, namelijk het dreigen met het gooien van een stoel naar personeel. Bovendien blijkt uit het tuchtregister van klager dat hij al vier tuchtrechtelijke voorgaanden voor agressie heeft. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond.