Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0034

Ongegrond KC - Hasselt Klachtencommissie Andere beslissing directeur
CEL - PROPORTIONALITEIT

Op basis van de klachten van klager, meent de klachtencommissie te besluiten dat klager had gevraagd om met een bevriende gedetineerde op één cel te worden geplaatst. De directie besliste om de gevraagde celmutatie door klager niet door te voeren. De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld in de Basiswet. Een celmutatie of een weigering tot celmutatie moet dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. In principe kan men zulke beslissing zelfs mondeling nemen en moet ze nadien niet noodzakelijk in een schriftelijke beslissing verankerd worden. De directie beslist dus op discretionaire wijze op welke cel een gedetineerde verblijft. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing. Uit het verweer van de directie en de bijkomende informatie blijkt dat de directie de vraag van klager heeft onderzocht en dat het geen probleem opleverde om de bevriende gedetineerde bij klager op cel te zetten. Echter, protesteerde de celgenoot van de bevriende gedetineerde om met de huidige celgenoot van klager samen te worden gezet. Gelet op de overbevolking en het feit dat klager in zijn klacht geen redenen aanhaalt waaruit blijkt dat het verdere verblijf met zijn huidige celgenoot problematisch is, besluit de klachtencommissie dat de beslissing van de directie om de voorgestelde celmutatie niet te laten doorgaan, niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond.